Kamer: stop 'papierschuivende' bestuurders in passend onderwijs

De Kamer is nog niet tevreden over Slobs verbeteringsplan voor het passend onderwijs ANP

Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt het plan van minister Slob ter verbetering van de hulp aan scholieren met psychische of lichamelijke problemen tekortschieten. De minister doet vooral te weinig om de bureaucratie terug te dringen bij de organisaties die verantwoordelijk zijn voor het passend onderwijs, zeggen coalitie- en oppositiepartijen tegen de NOS.

"Er moet echt iets gebeuren aan de mannen in pakken die met papier schuiven", verwoordt CDA-Kamerlid Michel Rog de kritiek op de zogenoemde samenwerkingsverbanden. Dit zijn organisaties - in totaal zo'n 150 verdeeld over Nederland - die allemaal met een eigen aanpak overheidsgeld voor zorgleerlingen in hun regio moeten verdelen. Passend onderwijs is het begeleiden van zorgleerlingen op een reguliere school en niet op een afzonderlijke, speciale school.

Maandag debatteert de Tweede Kamer van 13.00 tot 20.00 uur over het passend onderwijs. Het debat wordt live uitgezonden op NPO Politiek.

De Tweede Kamer waarschuwt al langer voor de gevolgen van het haperende systeem; er zijn te veel thuiszitters, ouders voelen zich buitenspel staan en veel leraren hebben door de bureaucratie last van extra werkdruk. Tot ergernis van de Kamer blijken de samenwerkingsverbanden in de praktijk uiteenlopende resultaten te boeken; sommige helpen maar weinig kinderen en houden geld in kas, bij andere wordt wel op tijd passende hulp gevonden voor de zorgkinderen in het primair en voortgezet onderwijs.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Passend Onderwijs - Hoe werkt dat?

Kind voorop

Minister Slob erkent dat het passend onderwijs niet goed genoeg werkt, zo wordt duidelijk uit een brief van afgelopen maandag aan de Tweede Kamer. De minister schrijft dat het passend onderwijs vooral een bestuurlijke constructie is geworden. "Het kind moet voorop staan, niet het systeem", aldus Slob.

De Kamer stelt echter dat de minister meer moet doen dan alleen het erkennen van het probleem. "Er worden te veel pleisters geplakt. Er moet echt een tandje bij", zegt Kamerlid Paul van Meenen van coalitiepartij D66, die vindt dat het hele systeem ter discussie moet worden gesteld. Het CDA constateert dat Slob zich nog te veel richt op medezeggenschap, beter bestuur en overleg. "Er moet niet zoveel gepraat worden, mensen moeten voor die kinderen gaan zorgen", aldus CDA'er Rog.

Te zalvend

VVD-Kamerlid Rudmer Heerema noemt de aanpak van Slob te zalvend. "Hij zegt eigenlijk: we zijn bezig en gaan vervolgens op dezelfde koers verder. Dat is niet voldoende."

Ook GroenLinks heeft kritiek. "Slob moet ingrijpen in die extra bestuurslaag die erbij gekomen is", stelt GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld. PVV-Kamerlid Harm Beertema spreekt van een "opgeblazen, bureaucratische, logge toestand" en zegt ook dat er nu "echt wat moet gebeuren".

D66 komt morgen met het voorstel dat ouders, leraren en de politiek op korte termijn gezamenlijk moeten werken aan oplossingen voor het zorgkind; een soort nationaal debat met betrokkenen, niet met bestuurders. Het CDA wil dat er thuiszitterscoaches komen, die elk kind dat niet meer naar school gaat bij de hand nemen. "En niet meer loslaten totdat hulp gevonden is", zegt Rog.

Gemengde onderwijsvormen

De SP komt met een plan om de oprichting van scholen voor speciaal onderwijs gemakkelijker te maken. "Met de invoering van het passend onderwijs is het praktisch onmogelijk geworden om nieuwe scholen voor speciaal onderwijs op te richten", benadrukt SP-Kamerlid Peter Kwint. Ook wil de SP een aantal geplande sluitingen voorkomen en al gesloten scholen heropenen.

Het CDA is wel tevreden dat Slob openstaat voor gemengde onderwijsvormen, zoals het deels thuis onderwijzen van zorgleerlingen. GroenLinks is blij dat de minister veel meer prioriteit geeft aan de zorgleerlingen dan zijn voorganger, de VVD'er Sander Dekker.

Op 1 augustus 2014 is het passend onderwijs ingevoerd, waarbij scholen worden verplicht om alle leerlingen een plek op school te bieden, dus ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Het idee was om leerlingen niet te snel een label op te plakken en naar het speciaal onderwijs te sturen. Dat kostte bovendien te veel geld.

Het gaat om scholieren met bijvoorbeeld psychische problemen, ADHD, autisme, faalangst, depressie, niet-aangeboren hersenletsel, het syndroom van Down, lichamelijke handicaps, ernstige dyslexie of gedragsproblemen. Voor leerlingen met een zwaardere aandoening is wél plek in het speciaal onderwijs, waar in kleinere klassen wordt lesgegeven.

STER Reclame