Aboutaleb: kabinet moet excuses aanbieden voor slavernijverleden

Aangepast

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb heeft de regering opgeroepen excuses aan te bieden "voor het leed dat tienduizenden tot slaaf gemaakten is berokkend". Dat zei Aboutaleb in een herdenkingstoespraak bij het Rotterdamse slavernijmonument, aan de vooravond van Keti Koti, de viering van de afschaffing van de slavernij.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Aboutaleb: kabinet moet excuses slavernijverleden maken

De regering heeft tot op heden geen excuses aangeboden aan de nabestaanden van de slachtoffers van de slavenhandel en slavernij. 'Excuus' is een beladen term omdat Nederland hierdoor mogelijk ook juridisch aansprakelijk kan worden gesteld.

Tijdens de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij, in 2013, zei toenmalig vicepremier Lodewijk Asscher wel dat de Nederlandse regering "diepe spijt en berouw" heeft. Ook heeft minister Roger van Boxtel in 2001 spijt betuigd voor het slavernijverleden op een anti-racismeconferentie van de Verenigde Naties in Zuid-Afrika. Hij zei toen dat "Nederland het grote onrecht erkent", zonder daarvoor excuus te maken.

Het kabinet geeft geen gehoor aan Aboutalebs oproep. "Het huidige kabinet betreurt, net als voorgaande kabinetten, ten zeerste de gebeurtenissen ten tijde van het slavernijverleden", reageert de Rijksvoorlichtingsdienst. "Het is een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. In 2013 heeft het kabinet diepe spijt en berouw betuigd over hoe Nederland in het verleden is omgegaan met de menselijke waardigheid. Die woorden blijven gelden. We mogen nooit vergeten wat er is gebeurd."

'Zet een punt achter slavernij'

"Asscher heeft diepe spijt betuigd. Een mooi gebaar dat paste bij die tijdsgeest", zegt Aboutaleb. "De volgende stap is excuses. Daar roep ik het kabinet toe op. Zodat we een punt kunnen zetten achter slavernij, een donkere pagina in de Nederlandse geschiedenis."

De bijeenkomst in Rotterdam was ter nagedachtenis van de slachtoffers van de slavenhandel en de slavernij in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen. De ceremonie, georganiseerd door de Stichting Gedeeld Verleden, Gezamenlijke Toekomst, werd ingeleid met een Apinti-ritueel, van oorsprong West-Afrikaans tromgeroffel. Tot slaaf gemaakten in Suriname gebruikten dat als communicatiemiddel.

'Slaven kregen niets'

Slavernij werd officieel afgeschaft op 1 juli 1863. Aboutaleb refereerde er fijntjes aan dat de tot slaaf gemaakten in de Nederlandse koloniƫn daarna nog tien jaar verplicht onder contract moesten blijven werken bij plantagehouders. Die laatsten kregen een 'schadevergoeding' van tot wel 300 gulden per slaaf. De voormalige slaven, ruim 30.000 mensen, "ongeveer evenveel als het aantal supporters in het Feyenoordstadion", kregen niets.

Aboutaleb zei naderhand in een toelichting dat Nederlanders te weinig weten over het slavernijverleden en dat het onderwijs daar verandering in moet brengen. "Als het gaat om slavernij doen we dat nog niet goed. Er is nog veel winst te behalen."

STER Reclame