NOS / Rogier Leijen

Tijdens de openingsceremonie van de Commonwealth Games 2006 in Melbourne draagt Lamin Tucker nog trots het blauw, wit en groen van Sierra Leone. Maar zodra de jonge sprinter zijn race in de halve finale heeft gelopen, gaat hij ervandoor.

Met enkel een telefoon in zijn zak verlaat Tucker het toernooi. "Ik sprong in de tram en bleef zitten tot die niet verder reed. Daarna ging ik lopen. Zover als ik kon", vertelt hij aan de telefoon, terugblikkend op twaalf jaar geleden. "Ik had geen keus. Ik durfde niet terug naar mijn land."

Tucker is een van velen. Hoewel de meeste atleten en hun fans naar een internationaal toernooi afreizen voor de sport, grijpen anderen dat aan voor een heel ander doel: vluchten. Het is voor sporters uit ontwikkelingslanden een weg naar een buitenlands paspoort - en daarmee hopelijk een beter leven.

Zoals de tientallen atleten die een paar maanden terug 'kwijtraakten' tijdens de jongste editie van de Commonwealth Games. Of de honderden meegereisde Ghanese voetbalfans die na het WK van 2014 in Brazilië weigerden naar huis te gaan. Ook op Olympische Spelen verdwijnen regelmatig sporters.

Eigen foto Lamin Tucker / Rogier Leijen

Hoewel Lamin Tucker vooraf niet van plan was in Australië te blijven, ziet de sprinter uit Sierra Leone geen andere uitweg. In een interview dat het toen 23-jarige talent als teamcaptain geeft, is hij kritisch over zijn land.

"Per ongeluk, want tja - het gebeurde gewoon - vertelde ik journalisten over de ellende die we meemaakten. Ik vertelde over de onderdrukkingen, over hoe we in Sierra Leone behandeld worden." Dat valt niet bepaald goed bij de autoriteiten. Ze dreigen Tucker bij terugkomst te straffen en gevangen te zetten. "Ik was doodsbang."

Op de vlucht down under heeft Tucker het geluk een Sudanese migrant tegen het lijf te lopen. "Ik smeekte hem: red me, ik zit in de problemen! En dat deed hij."

De man neemt de atleet een paar nachten in huis en koopt een treinkaartje voor hem. Naar Sydney, waar Lamin Tucker uiteindelijk asiel kan aanvragen. "En dat is hoe mijn avontuur begon."

Van alle tijden

Al decennialang gebruiken sporters hun talent om te deserteren. "De eerste herinneringen die ik daar zelf aan heb, gaan terug naar de Olympische Spelen van 1972 in München", zegt Gijsbert Oonk. Hij is historicus en gespecialiseerd in de relatie tussen sport en migratie.

"Die Spelen worden vooral herinnerd vanwege de aanslagen op het Israëlische team", vertelt hij. "Minder bekend is dat in de periode daarna een aantal sporters politiek asiel aanvroegen."

In de nadagen van de Koude Oorlog 'verdwenen' regelmatig atleten uit Oostbloklanden. "Met name teams uit de DDR, Hongarije, Polen en Rusland zochten hun geluk in het Westen."

Nu zijn het vooral Afrikanen die op grote sporttoernooien vluchten. Het nationale voetbalelftal van Eritrea staat er bijvoorbeeld om bekend plots te verdwijnen. "In de afgelopen tien jaar raakte zelfs vier keer een compleet team zoek."

Van Eritrea naar Gorinchem

Een van die elftallen vlucht in 2012 op een toernooi in Uganda tijdens een ochtendje winkelen. Twee jaar lang wordt er niets van de spelers vernomen, totdat het complete elftal plots opduikt in Gorinchem.

In de Zuid-Hollandse stad ontfermt Robertino Lotto zich over de gevluchte Eritreeërs. De Nederlandse Italiaan wordt gevraagd bondscoach te worden van het team. "En ik dacht, waarom niet?"

"Toen ik ze voor het eerst zag spelen, dacht ik: nou, dat is een behoorlijk niveau. Vergelijkbaar met de eerste divisie van Nederland", vertelt Lotto. Er volgt een intensief jaar waarin hij de jongens goed leert kennen. "Ik wilde ze plezier geven, ze duidelijk maken dat het hier heel anders is dan in hun thuisland."

Maar praten over die situatie en de vlucht die volgde, vinden de Eritreeërs moeilijk. "Je zag hun wantrouwen richting de grote wereld. Ze waren enorm gesloten." Over wat ze allemaal hebben meegemaakt, blijven ze lange tijd geheimzinnig.

Het gevluchte Eritrese team in Gorinchem met trainer Robertino Lotto. Hij staat rechts van het midden, onderin. Staantribune / Rogier Leijen

Toch is duidelijk waar het team, en vluchtende sporters in het algemeen, aan proberen te ontsnappen. "Repressieve, militaire, niet-democratische regimes", zegt historicus Oonk.

"De jongens hadden het uiteindelijk vaak over de dienstplicht in hun land", zegt trainer Lotto. "Ze moesten bijvoorbeeld tot hun vijftigste ter beschikking van de regering staan."

Een internationaal sportevenement biedt een ultieme kans om te vluchten. "Vaak mag je een land niet zomaar verlaten zonder toestemming van de overheid. En voor een internationaal sportevenement krijg je automatisch een visum", vertelt Oonk. "Dan kún je überhaupt weg. Een andere mogelijkheid is er vaak niet."

Broodjes smeren

Toch is ook het leven in een nieuw land wennen. Robertino Lotto is naast voetbaltrainer eigenaar van een taxibedrijf. In zijn vrije tijd helpt hij de voetballers op weg. "We deden boodschappen met ze, smeerden hun broodjes en hielpen met de was. Het bleef niet bij trainen en wedstrijden spelen." Dan lachend: "We voedden ze eigenlijk ook een beetje op."

Uiteindelijk traint Lotto de mannen een jaar. Een doorbraak blijft uit, het niveau in Nederland blijkt toch te hoog. Drie jaar later heeft de coach nog wel altijd contact met ze. "Een van de jongens, destijds de topspeler, werkt nu bij mij in het bedrijf. Hij poetst de auto's bij ons. Dat gaat goed."

Ook de sprinter uit Sierra Leone, Lamin Tucker, heeft zijn droom om 's werelds beste sprinter te worden moeten opgeven. "Ik ben geen atleet meer, mijn carrière is voorbij."

Toch is hij dankbaar voor het leven dat hij de afgelopen twaalf jaar in Sydney heeft kunnen opbouwen. Tucker werkt op het vliegveld van Sydney, studeert en geeft trainingen aan jonge atleten.

"Ik heb een vrouw en kinderen om voor te zorgen. Misschien dat zij ooit mijn carrière kunnen oppakken, daar waar ik gebleven ben." Maar dan onder de vlag van Australië, niet die van Sierra Leone.

STER reclame