'Belang kind staat niet altijd voorop in jeugdzorg'

Aangepast
ANP

De jeugdzorg moet beter, vindt minister De Jonge, en alle ouders en kinderen moeten dat gaan merken. Daarom presenteert hij samen met minister Dekker (Rechtsbescherming) een actieplan Jeugdzorg. "Het belang van het kind staat nog te vaak niet voorop", stellen ze.

Het plan is opgesteld samen met GGZ Nederland, Nederlandse Vereniging voor Gehandicapten en Jeugdzorg Nederland. Volgens De Jonge en Dekker krijgen kinderen in jeugdzorg in de toekomst meer ondersteuning.

Mentor

Zo moeten alle kinderen die dreigen te ontsporen of uit huis zijn geplaatst, een vrijwillige mentor krijgen, die dichtbij staat. Dat kan bijvoorbeeld een buurman of -vrouw zijn die het kind vertrouwt. "Dit kan een professional zijn, maar bij voorkeur iemand uit het sociale netwerk van het kind of een ervaringsdeskundige."

Een ander voorstel is dat de leeftijd voor de pleegzorg verhoogd wordt van 18 naar 21 jaar. Nu moeten pleegkinderen hun gezinnen op hun 18e nog verlaten, maar De Jonge wil dat de ondersteuning in de toekomst met drie jaar wordt verlengd. "Want jongeren zijn op hun achttiende nog niet afgebakken", waarschuwde hij al eerder.

Geen separaties meer

Ook wil De Jonge dat het in 2021 verboden wordt om jongeren in separeercellen te plaatsen. Inzet is 50 procent minder separaties in het eerste jaar en toewerken naar nul. Het verbod past bij het streven van de sector om zo min mogelijk te separeren.

Daarnaast moet geen enkel kind langer dan drie maanden zonder zorg of onderwijs zitten, schrijft de minister. Maar op de problemen met zorg en onderwijs komt hij later terug in een aparte brief aan de Tweede Kamer.

Het liefst willen De Jonge en Dekker dat meer kinderen thuis opgroeien. "Elk kind heeft stabiliteit nodig. We zorgen ervoor dat het kind zo min mogelijk heen en weer wordt geplaatst als het niet meer thuis kan wonen."

Regio

De wachttijden moeten ook worden aangepakt, maar die taak legt De Jonge vooral in de regio's. "We willen een hogere effectiviteit van lokale teams en betere samenwerking tussen lokale organisaties." Huisartsen moeten sneller kunnen doorverwijzen naar deze lokale teams.

Een speciaal ondersteuningsteam gaat gemeenten adviseren. Ook komt er een commissie die gesteggel tussen aanbieders en gemeenten moet verhelpen. Landelijke standaarden moeten iets doen aan de hoge administratieve lasten. Hoe de personeelstekorten doorwerken in de jeugdzorg, nog wordt onderzocht.

Minister Dekker zegt: "Ik vind het mooi te zien dat we in dit programma nadrukkelijk samen optrekken: de justitieketen, de zorgkant, Rijk, gemeenten en instellingen. Met als einddoel dat geen enkele jongere in de kou komt te staan."

Lange weg

Dit actieprogramma volgt op een kritische evaluatie van de Jeugdwet en een rapport van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ), waarin duidelijk werd dat veel doelen in de jeugdzorg, zoals zorg dichtbij en op maat en meer samenhang in zorg, nog niet zijn gehaald.

"Met de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten is een goede beweging in gang gezet. Maar kinderen, ouders en medewerkers hebben daar nog te weinig van gemerkt en lopen soms nog tegen problemen aan. Het werk is nog niet af", aldus De Jonge.

Kanttekeningen

De sector, die zelf meeschreef aan het plan, is over het algemeen positief. Frank Buiminck, directeur van Vereniging Gehandicapten Nederland, plaatst mede namens GGZ Nederland en Jeugdzorg Nederland ook kanttekeningen. "We zijn heel blij met dit ambitieuze plan, maar de praktijk is weerbarstig. Hoe de ambities worden uitgewerkt, blijft soms nog onduidelijk. Over een jaar kunnen we daar meer over zeggen."

Vorig jaar maakten 392.445 kinderen gebruik van enige vorm van jeugdhulp. Er is in totaal 108 miljoen euro beschikbaar voor de vernieuwing.