EPA

Waarnemers van de OVSE hebben scherpe kritiek op de verkiezingen in Hongarije. De regerende conservatieve Fidesz-partij van premier Orbán, die de verkiezingen met overmacht won, had onevenredig veel geld ter beschikking waardoor geen sprake was van een eerlijke strijd.

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa maakt ook melding van een vijandig campagneklimaat, waarin geen echt debat mogelijk was. Toegang tot informatie en de vrijheid van media waren beperkt.

Kiezers hadden voldoende keuzemogelijkheden, maar door intimidatie, xenofobische retoriek, partijdigheid bij media en schimmig gefinancierde campagnes was er geen plek voor een eerlijk debat. Daardoor zouden de kiezers geen goedgeïnformeerde keuze hebben kunnen maken.

Media bevooroordeeld

Er was aandacht voor de verkiezingen in Hongaarse media, maar weinig ruimte voor kritische berichtgeving. De publieke omroep bood een platform aan alle kandidaten, maar de regerende coalitie werd duidelijk voorgetrokken. Ook commerciële media waren partijdig, vaak met een duidelijke voorkeur voor een van de partijen. Online media waren volgens de OVSE een positieve uitzondering.

De Fidesz-partij van Orbán haalde gisteren een grote overwinning. Met vrijwel alle stemmen geteld staat de partij op 49 procent van de stemmen, een winst van ruim 4 procent. De partij komt daarmee op 133 zetels van de 199, waarmee ze een tweederdemeerderheid zou hebben, genoeg om op eigen houtje de grondwet te wijzigen. De extreem-rechtse Jobbikpartij komt als tweede uit de bus, met zo'n 20 procent van de stemmen (26 zetels). De socialisten blijven steken op 11 procent (20 zetels).

STER reclame