Facebook opnieuw in crisis, ditmaal over gebruikersdata

Aangepast
AFP
Geschreven door
Nando Kasteleijn
redacteur Tech

We hadden op Facebook al nepnieuws en Russische advertenties. Daar is dit weekend een nieuwe ontwikkeling bij gekomen. 50 miljoen gebruikersgegevens, afkomstig van Facebook, zijn terechtgekomen bij Cambridge Analytica. Hiermee zou software zijn ontwikkeld, waarmee gerichte advertenties konden worden verstuurd. Het databedrijf deed onder meer werk voor Trumps presidentscampagne in 2016 en het leave-kamp van de brexit.

Het nieuws roept een aantal vragen op. Wat is er met die gegevens gebeurd? En: waarom bracht Facebook dit niet eerder naar buiten? De vragen blijven vooralsnog onbeantwoord. De EU liet eerder vandaag al wel weten tekst en uitleg te willen van Facebook, de Britse premier May is bezorgd en vanuit de VS zijn dezelfde geluiden te horen. Het aandeel van Facebook stond rond 17.30 uur Nederlandse tijd 7 procent in de min.

Veel is nog onduidelijk, maar wat we al wel kunnen doen is - mede op basis van het uitzoekwerk van The Guardian en The New York Times - een schets maken van dit complexe verhaal en de gevolgen.

De informatie op een rij

Wat weten we al?

  • Dat zo'n 270.000 betaalde gebruikers via de app thisisyourdigitallife een vragenlijst voor Global Science Research hebben ingevuld. Volgens The Guardian en The New York Times verzamelde deze app zonder toestemming gegevens van vrienden van de mensen die de lijst hadden ingevuld. Daardoor verkreeg het bedrijf data van zo'n 50 miljoen (vooral Amerikaanse) gebruikers.
  • Voor dit hele proces heeft Cambridge Analytica geld betaald, zo'n 800.000 dollar. Of de data ook daadwerkelijk is gebruikt, dat is onduidelijk (Cambridge Analytica ontkent dit).
  • Facebook wist eind 2015 dat de data was verzameld, maar ondernam volgens The Guardian nauwelijks stappen om de data daar weg te halen en maakte er geen melding van.

Wat is er nog onduidelijk?

  • Heeft Cambridge Analytica wel of niet de data op verzoek van Facebook verwijderd en in hoeverre is deze dan wel of niet gebruikt. De lezingen hierover verschillen. Cambridge zegt daarnaast dat de gegevens niet zijn gebruikt tijdens de presidentscampagne van Trump.
  • Waarom heeft Facebook niet eerder aan de bel getrokken en wie was van het incident op de hoogte?

Het voelt als heel veel: de data van 50 miljoen Facebook-gebruikers die mogelijk zijn gebruikt tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De eerste nuance die moet worden aangebracht, is dat van de 50 miljoen er 30 miljoen waren die genoeg informatie bevatte om een profiel op te stellen, schreef The New York Times dit weekend. Dat is alsnog een hoop. Daarnaast is het onduidelijk in hoe en of die data daadwerkelijk zijn gebruikt tijdens de presidentsverkiezingen.

De gegevens werden verzameld via de app thisisyourdigitallife. De 270.000 gebruikers werden gevraagd in te loggen met Facebook (iets wat voor veel apps standaardpraktijk is, het verlaagt de drempel). Toen dit gebeurde, in 2014, mochten app-ontwikkelaars ook informatie over de vrienden van de gebruikers opvragen. Dat was legaal, legde techsite Recode dit weekend uit, en een bekende praktijk. Het is iets waar wetenschappers al jaren voor waarschuwen. Sindsdien zijn de regels wel aangepast.

De belangrijkste informatie die via de app binnenkwam, waren de likes. Als jij een pagina liket, bijvoorbeeld die van de lokale moskee, kerk of een politieke partij, zegt dat iets over jou. Op basis daarvan kunnen adverteerders besluiten om gerichter reclames op Facebook te plaatsen.

Impact relativeren

Maar, wat levert dat op? Frederik Zuiderveen Borgesius en Sanne Kruikemeier, onderzoekers aan de UvA, publiceerden eerder dit jaar samen met anderen een onderzoek naar het gebruik van micro-targeting. Zij relativeren de impact.

"We weten dat sociale media in het algemeen een kleine invloed hebben om verkiezingen", zegt Kruikemeier. Volgens de onderzoekster waren de digitale campagnes van Donald Trump en Hillary Clinton waren min of meer gelijk. "Al met al is er weinig bewijs dat hun online berichten echt veel impact hebben gehad." Daarnaast merkt ze op dat je waarschijnlijk van verschillende politieke organisaties iets in je tijdlijn ziet.

"Ik ben een beetje sceptisch over het effect van micro-targeting op verkiezingen", voegt Zuiderveen Borgesius daaraan toe. "Ja natuurlijk, gerichte advertenties zijn effectiever dan niet gerichte, maar we moeten ons er niet blind op staren." Tegelijkertijd erkent hij wel dat beïnvloeding van slechts een klein aantal stemmen het verschil kan maken bij verkiezingen.

Het hoofdkantoor van Facebook in Menlo Park Facebook

Een element uit het hele verhaal dat wellicht nog meer vragen oproept, is de rol van Facebook. Het bedrijf ligt sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 hevig onder vuur vanwege een aaneenschakeling van problemen. Het begon met de mogelijke impact van nepnieuws en de vervolgens de bekentenis van het platform dat Russische trollen ook via advertenties hebben geprobeerd invloed uit te oefenen.

Ook al is het onduidelijk in hoeverre deze zaken echt effect hebben gehad op de keuze van de Amerikaanse kiezer, het was al snel duidelijk dat Facebook te maken had met een probleem dat niet zomaar is op te lossen en de controle kwijt lijkt te zijn.

Dit is een klassiek voorbeeld van een bedrijf dat het overzicht kwijt is.

Mark Deuze, hoogleraar UvA

Het grote verschil tussen die twee problemen en de dataverzameling van Cambridge Analytica: Facebook was volgens de kranten al van dat laatste in 2015 op de hoogte. Het bedrijf ondernam wel actie, maar die zou te beperkt zijn geweest en daarnaast liet het na om zijn gebruikers hierover in te lichten.

"Dit is een klassiek voorbeeld van een bedrijf dat het overzicht kwijt is", zegt Mark Deuze, hoogleraar aan de UvA en kenner van Facebook. "Je maakt mij niet wijs dat je dit twee jaar onder de pet hebt gehouden." Deuze legt uit dat het de cultuur van een bedrijf als Facebook is om zo gesloten mogelijk te zijn. "Ik denk dat mensen bij Facebook afgelopen week enorm in paniek zijn geraakt."

Veel medewerkers denken bij Facebook als ontwikkelaars, legt Deuze uit. "Zij kijken technisch naar problemen en bedenken dus ook technische oplossingen, ze zijn niet goed in staat om de maatschappelijke implicaties in te schatten."

Hoe nu verder?

Dit weekend steigerde Facebook volop tegen het gebruik van het woord 'datalek', zoals The Guardian en The New York Times het verzamelen van de 50 miljoen gebruikersgegevens noemen. De vermoedelijk reden: de juridische verantwoordelijkheid en de gevolgen in eventuele rechtszaken.

Nico van Eijk, directeur van het Instituut voor Informatierecht, vindt dat het platform gelijk heeft. "Het is een op zich geoorloofde werkmethode en in de reclamewereld standaardpraktijk." Daarnaast mist Van Eijk nog een heleboel feiten, waardoor volgens hem een oordeel geven nog niet mogelijk is. Daarnaast wijst hij erop dat de privacywetgeving in Europa een stuk strenger is dan in de VS. Ook betwijfelt hij of van Facebook verwacht mag worden of het bedrijf de controle over de data kan houden.

Jurist Borgesius snapt niet dat Facebook zo moeilijk doet over het woord datalek. "Het is voor mij redelijk duidelijk dat er in ieder geval Europese regels zijn geschonden." Hij noemt de werkwijze van Facebook heel slordig en nalatig. The Washington Post schrijft dat Facebook in ieder geval mogelijk afspraken met de Amerikaanse handelstoezichthouder heeft geschonden, met potentieel boetes als gevolg.

STER Reclame