NOS

Rinse Brink deed de ontdekking nog niet zo lang geleden. Het is indirect een tastbare herinnering aan de Spaanse griep. De grootouders van Brink werden zwaar getroffen. Hun twee eerste kinderen, een kleuter en een baby, stierven eraan. De kleinzoon vond het in een kistje van zijn opa, huisarts Hans Jan Woudstra (1883). Gerold in een receptenbriefje zat een potlood. Toen Brink het briefje uitrolde bleek waarom opa het altijd bewaard had.

Hij noteerde "potlood dat ik in nov 1918 van Piet kreeg omdat het mijne was zoekgeraakt." Een maand later was de vierjarige Piet overleden. Een van de ruim 30.000 dodelijke slachtoffers die in Nederland vielen door de 'windvlaag des doods', zoals de Spaanse griep-epidemie werd genoemd.

NOS

Woudstra was huisarts in het Noord-Groningse Siddeburen en maakte in 1918 overuren. Dat gold voor alle artsen, wereldwijd. In Nederland werd aan geneeskundestudenten dringend gevraagd assistentie te verlenen. De grootste klappen vielen in de gebieden waar onder armoedige omstandigheden werd geleefd en van alles mis was met de hygiëne.

Uit de zwaar getroffen veengebieden kwamen berichten van artsen die eenmaal gearriveerd, massaal werden aangeklampt door wanhopige mensen die smeekten om hulp. Artsen stonden machteloos tegenover het extreem venijnige virus. Veel patiënten overleden aan een bacteriële longontsteking die er bovenop kwam.

"Mijn opa ging zijn patiënten langs in het rijtuig of met een bootje." vertelt Brink. Want ook de streek rond het Schildmeer behoorde tot zijn werkgebied. Zo erg als het was in dorpen als het Drentse Hollandscheveld of Vriezenveen in Overijssel, waar hele families door de influenza werden weggevaagd, was de situatie in Noord-Groningen niet.

Maar ook onder de patiënten van Woudstra sloeg de Spaanse griep toe. Siddeburen was zijn eerste standplaats. In 1913 trouwde hij met Petronella Meindersma en op 8 maart 1914 werd zoontje Piet geboren en op 21 juli 1918 dochtertje Anna.

Rinse Brink omschrijft zijn grootouders als moderne mensen. Dokter Woudstra was, heel uitzonderlijk voor die tijd, een verwoed amateurfotograaf. "Hij fotografeerde zichzelf in de praktijk. Gebruikte dan de zelfontspanner. Hij heeft veel meer gefotografeerd. Een dagje op het ijs. Familiebijeenkomsten." En de arts fotografeerde zijn zoontje. Een jongetje met blonde krullen.

"Het was natuurlijk verschrikkelijk dat het hem gebeurde. Als arts heeft hij ongetwijfeld alle hygiënische voorzorgsmaatregelen genomen om de ziekte buiten de deur te houden." Als Brink het vertelt, zie je Woudstra voor je. Na het werk meteen wassen en van kleding wisselen. Want hij moet, zoals alle artsen, doodsbang zijn geweest om zijn gezin met de Spaanse griep te besmetten.

En toch gebeurde het. Eerst werd de baby ziek en daarna de 4-jarige Piet. Hun graf op de Algemene Begraafplaats in Siddeburen wordt door Brink onderhouden. "Ter gedachtenis aan onze lievelingen" staat in het grafmonument gebeiteld.

Het graf van de twee kinderen Woudstra Pauline Broekema / NOS

Het doktersechtpaar kon het niet aan in Siddeburen te blijven. Brink: "Dat kan ik me voorstellen. Ze werden daar steeds weer herinnerd aan hun kinderen." Woudstra werd huisarts in Wijhe, bij Zwolle. En daar kregen ze in 1920 nog een dochter. Die ze weer Anna Petronella noemden. Brink, lachend: "Natuurlijk was dat een groot cadeau. Bovendien was ik er anders niet geweest."

Over de gevolgen van de Spaanse griep voor het gezin Woudstra werd zelden gesproken. Over de twee eerdere kinderen hoorde Rinses moeder nooit vertellen.

De foto van het jongetje werd bij toeval ontdekt in het familiearchief. "Dan moet dit Piet zijn, zei mijn moeder." Het is aan Rinse Brink te danken dat alles bewaard bleef. Zijn grootmoeder is overleden toen hij 12 jaar was. Niet echt de leeftijd om te vragen naar wat in 1918 gebeurde.

De dood van zijn opa is nog een verhaal apart. Hij stierf op 15 mei 1940. "Die hield op een kaart heel nauwgezet de Duitse troepenbewegingen bij. En toen de Duitsers Nederland binnenvielen was hij zo ontzet dat hij het leven liet."

"Moet je zien, er zit nog een punt aan." Brink bekijkt het potlood uit 1918 nog eens goed. Hij verbaast zich dat het cadeautje van de kleine Piet aan zijn vader zo goed is geconserveerd. Klaar om te gebruiken, alsof hij zojuist is geslepen. En niet honderd jaar geleden, een maand voordat de Spaanse Griep zo verpletterend toesloeg in het gezin van de dokter.

De Spaanse griep-epidemie brak 100 geleden uit, maar op het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam zijn ze er nog bijna dagelijks mee bezig:

Spaanse griep, de 'windvlaag des doods' die 100 jaar geleden voorbijkwam

STER reclame