Een militair deelt snoepjes uit aan Aghaanse kinderen in het dorp Ali Shirzai
NOS NieuwsAangepast

Missie in Uruzgan was niet voor niets, 'helft projecten is gelukt'

Het is inmiddels bijna acht jaar geleden dat de Nederlandse wederopbouwmissie in de Afghaanse provincie Uruzgan werd beëindigd. De Nederlandse militairen vertrokken, maar de oorlog in Afghanistan duurt nog altijd voort. Daardoor bestaat er soms de indruk dat het allemaal voor niets is geweest. Vandaag opent in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg de tentoonstelling Uruzgan Nu/Now om te laten zien of dat beeld klopt.

Het beeld van een totale mislukking is onterecht, vertelt fotograaf en architect Jan Willem Petersen in Met het Oog op Morgen. Hij kan het weten, want "verkleed als Afghaan, compleet met baard en lokale kledij" reisde hij per brommer door Uruzgan, op zoek naar de tientallen projecten die door de Nederlanders werden opgezet.

Het algemene beeld? Een groot deel is mislukt, maar een even groot deel is nog altijd in gebruik. "Er zijn flinke stappen voorwaarts gemaakt", aldus Petersen.

Overal 'westerse' gebouwen

De fotograaf kwam naar eigen zeggen op plekken waar geen westerling nog komt en maakte er vrienden voor het leven. Door zijn 'Afghaanse' uiterlijk en een spoedcursus Pasjtoe (de lokale taal) namen oude dorpsoudsten hem op sleeptouw naar gevaarlijke gebieden. "Ze kennen gelukkig een erecode dat ze hun gasten in leven houden, waar ik blij mee was, maar bepaalde gebieden kon ik gewoon niet in. Vooral in buitengebieden is er nauwelijks overheidscontrole."

Petersen bezocht meer dan veertig Nederlandse projecten, van scholen en ziekenhuizen tot rechtbanken en gevangenissen. Alles waar een maatschappij op steunt, is er aangelegd. "Bijna elk openbaar gebouw dat je aantreft, is gebouwd dankzij westerse hulp."

De tentoonstelling is tot en met 18 juni te bezoeken

Een van de grootste successen is een technische school in Tarin Kowt, de provinciehoofdstad. "Daar zijn honderden mensen opgeleid tot timmerman of elektricien", volgens Petersen. Een meisjesschool in de Dorafshan-vallei behoort juist tot de grootste mislukkingen. Die is vervallen tot een ruïne.

"Wij dachten dat het vernietigd was door talibanstrijders, omdat zij tegen meisjesonderwijs en scholen in het algemeen zijn. Dat bleek niet het geval, want het gebouw was juist door de lokale bevolking volledig gestript." De dure materialen, zoals metalen balken en houten kozijnen, bleken erg geliefd.

Bij elke hulpmissie wordt het wiel opnieuw ontdekt.

Dirk Staat, militair historicus

Zo zijn er legio voorbeelden te vinden in Uruzgan. Een dorpje van 3500 inwoners met vijf nieuwe scholen, bijvoorbeeld. "We willen altijd maar iets nieuws bouwen, maar 'beter onderwijs' betekent niet 'nieuwe scholen'." Petersen stelt voor om meer naar de lokale beginselen te kijken. "Je kunt beter de lokale moellah, vaak de enige die kan lezen en schrijven in een dorp, ondersteunen en zijn lokale moskeetje uitbouwen."

'Hoeveel scholen zijn er al af?'

Militair historicus Dirk Staat herkent de fouten van de missie in Uruzgan uit eerdere hulpoperaties. Volgens hem wordt het wiel elke keer opnieuw uitgevonden en komen elke keer dezelfde manco's bovendrijven. "Daar moeten we eens wat van leren, want over een paar jaar moeten we misschien wel hetzelfde werk in Syrië doen en dat land opbouwen."

Staat deed onder meer onderzoek naar de hulpmissie in Nieuw-Guinea in de jaren 50 en 60. "Daar zag je ook dat er na een week of zes al gebeld werd vanuit Den Haag met de vraag hoeveel scholen er al gebouwd waren."

Er wordt te veel vanuit de algemene logica gedacht en te weinig maatwerk geleverd, vindt hij. "De goede bedoelingen zijn ontroerend, maar door de politieke druk, het tekort aan tijd en het vele geld krijg je zulke resultaten." Dat ongeveer de helft gelukt is en de helft mislukt, noemt hij dan ook "best goede cijfers".

De lessen die de tentoonstelling oplevert, werden in een rapport aan toenmalig Chef Staf Tom Middendorp aangeboden en momenteel door defensie verwerkt. Volgens Staat is het belangrijk om de missie eindelijk eens te evalueren, want dat is nog niet eerder gebeurd. "Er is veel tijd, geld en mensenlevens ingestoken, dus we hebben het recht om te weten wat er van over is."

"De tentoonstelling biedt geen goednieuwsshow, maar met de missie is gewoon ongelooflijk veel bereikt." De tendens dat het voor niets is geweest, bestempelt hij dan ook als "pertinent niet waar".

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl