De ministers Slob en Van Engelshoven van Onderwijs ANP

Minister Slob hoopt dat de leraren in het basisonderwijs snel duidelijkheid krijgen over hun salaris. De bonden en werkgevers praten al enige tijd over een nieuwe cao; de verwachting is dat er voor de zomer duidelijkheid komt.

Pas als er een akkoord is, krijgen de leraren in het primair onderwijs er extra geld bij van het kabinet. Het kabinet trekt zo'n 270 miljoen euro uit voor de salarisverhoging, maar daar zien de leraren voorlopig niets van. Het geld komt pas als er ook iets wordt gedaan aan de zogenoemde 'bovenwettelijke regelingen', dat zijn bijvoorbeeld hoge uitkeringen voor werkloze leraren.

De coalitie wil dat het extra geld echt in de klas terecht komt en dat leraren in hun portemonnee merken dat er extra geld is gekomen.

Terughoudend

De minister zit zelf niet aan de onderhandelingstafel en benadrukt dat zijn rol "terughoudend" moet zijn.

Hij spreekt wel de hoop uit dat er snel een mooi cao-akkoord ligt. Dan krijgen de leraren met terugwerkende kracht de beloofde salarisverhoging, zo zei Slob in het Kamerdebat over de leraren.

In het debat werd duidelijk dat diverse politieke partijen mogelijkheden zien om geld weg te halen bij onderwijsinstanties waarvan leraren niet direct profijt hebben.

Er werden tal van ideeën gelanceerd, zoals het snijden in het woud van onderwijsbesturen en het inhuren van onderwijsconsultants. Het gaat de Kamerleden vooral om het groot aantal bestuurlijke organisaties binnen het onderwijs, die betaald worden uit dezelfde pot als de leraren.

Wegens tijdgebrek kon minister Slob niet reageren op de suggesties. Na het voorjaarsreces wordt een nieuwe vergadering gepland om verder te praten over de leraren.

STER reclame