Ook in Duitsland werd naar Insiya gezocht ANP

Het gerechtshof in Den Haag vindt dat Nederlandse rechters niet bevoegd zijn om een besluit te nemen over de terugkeer van het naar India ontvoerde meisje Insiya. Daarmee is een uitspraak van de Haagse rechtbank vernietigd.

Het hof heeft eerst gekeken of India het Haags Kinderontvoeringsverdrag (1980) heeft ondertekend, waarin landen zich verplichten een ontvoerd kind terug te brengen naar het land waar het zou moeten wonen. India heeft dat niet gedaan en is dus niet gebonden aan dat verdrag.

Vervolgens keek het hof of een verzoek om Insiya met haar moeder te verenigen door een Nederlandse of Indiase rechter moet worden beoordeeld. Dat laatste is het geval, omdat de vader en moeder in India al procedures hebben lopen.

2016

Het meisje uit Amsterdam werd in 2016 door haar vader ontvoerd naar India. Ze was toen 1,5 jaar oud. Toen haar moeder naar de rechter stapte, besliste die vorig jaar dat de vader het meisje moest terugbrengen. Die uitspraak is nu van tafel.

De moeder zei eerder dat ze ook naar de Indiase rechter is gestapt. Die zou volgens haar Indiase advocaat vorige maand besloten hebben dat het meisje binnen twee maanden terug moet naar Nederland.

Volgens het gerechtshof Den Haag staat dat los van de zaak die bij het gerechtshof speelt. "De advocaat van de moeder heeft verklaard dat de minderjarige volgens de Indiase rechter op 27 maart 2018 aan de moeder moet worden overgedragen", zegt een woordvoerder. "Wat dat precies inhoudt, is onbekend."

De vader sprak tegen dat er in India een gerechtelijk bevel lag. Het is onduidelijk wat de gevolgen van de uitspraak van het Haagse hof zijn voor de rechtsgang in India. De moeder kan binnen Nederland in elk geval niet om de terugkeer van haar kind vragen.

STER reclame