Leraren basisscholen in Noord-Nederland staken

ANP

Een groot deel van de basisscholen in Groningen, Friesland en Drenthe blijft vandaag dicht. Zo'n vijf- à zesduizend leraren gaan in staking voor meer salaris en minder werkdruk. Ze worden gesteund door het PO-Front, een samenwerkingsverband van bonden, schoolleiders en -bestuurders.

Vorige week sloten de bonden en minister Slob van Onderwijs een akkoord over verlaging van de werkdruk. De scholen krijgen er volgend jaar 237 miljoen euro bij om extra leraren aan te trekken. Eerder was al 270 miljoen euro geboden voor salarisverhoging. Het PO-Front vindt dat niet genoeg. Het wil dat het kabinet nog eens 630 miljoen euro vrijmaakt voor hogere lonen.

Daarom werd een estafettestaking aangekondigd, die vandaag in het noorden begint. Op 14 maart volgen Flevoland, Utrecht en Noord-Holland en een manifestatie in Amsterdam.

Niet alle scholen

De meeste scholen in het noorden steunen de staking, maar niet alle scholen doen mee. Zo is de Dr. Algraschool in Leeuwarden gewoon open. "Onlangs hebben wij al drie keer leerlingen naar huis moeten sturen, omdat we een lerarentekort hebben. Als we nu weer een dag dicht gaan, komen we niet aan onze lesuren", zegt directeur Verhaag.

Op De Wierde in Adorp krijgen de kinderen een alternatief lesprogramma, met een leesmarathon en spelletjes. Volgens directeur Van de Werfhorst leverden twee eerdere stakingen niet het gewenste resultaat op.

Informatiepunt Ouders & Onderwijs hielden 8 februari een peiling onder ouders over het draagvlak voor de stakingen. Daaruit blijkt dat zes van de tien ouders de wens voor een hoger salaris een goede reden vinden om te gaan staken.