Afschaffing majesteitsschennis weer op de agenda van de Kamer

Aangepast
ANP
Geschreven door
Piet van Asseldonk
redacteur Koninklijk Huis

Tijdens de afgelopen kabinetsformatie werd een voorstel om enkele speciale strafbepalingen over majesteitsschennis en het beledigen van bevriende staatshoofden uit het Wetboek van Strafrecht te halen politiek omstreden verklaard. Het werd tot nader orde van de agenda van de Tweede Kamer afgevoerd.

Het in 2016 ingediende initiatiefwetsvoorstel van D66'er Kees Verhoeven kreeg toentertijd veel steun. Volgende week zal blijken of die er in de nieuwe politieke verhoudingen nog steeds is. Dan namelijk wordt de parlementaire discussie hierover heropend. De verschillen van mening over deze slepende kwestie flakkeren weer op.

'Koning één en ondeelbaar'

Sinds 1881 verordonneren de artikelen 111 tot en met 113 in het Wetboek van Strafrecht dat opzettelijke belediging van de koning bestraft kan worden met een gevangenisstraf van maximum vijf jaar of een 'geldboete van de vierde categorie' van maximaal 19.500 euro.

ANP

Ook belediging van koningin Máxima en prinses Amalia kan op deze manier bestraft worden. Deze straffen zijn veel zwaarder dan die voor belediging van 'gewone' burgers gelden. De toenmalige motivering daarvoor was dat koning en staat één en ondeelbaar zijn en dat belediging van de koning het overheidsgezag ondermijnt.

Celstraf voor 'aantasten waardigheid'

In de voorbije jaren werden er steeds minder mensen aangeklaagd voor majesteitsschennis en het beledigen van bevriende staatshoofden. Het gebeurde echter wél.

Kritiek en spot van cabaretiers en cartoonisten, twitteraars en reaguurders werden weliswaar doorgaans ongemoeid gelaten, maar beledigingen aan het adres van het staatshoofd "op de openbare weg" leidden af en toe nog tot strafrechtelijke vervolging vanwege majesteitsschennis.

Zo werd anderhalf jaar geleden iemand tot celstraf veroordeeld omdat hij koning Willem-Alexander op Facebook had betiteld als "moordenaar, dief en verkrachter". Veel terughoudender was en is het vervolgingsbeleid waar het gaat om beledigingen aan het adres van bevriende staatshoofden. Zo bleven in april 2016 opzettelijk beledigende uitspraken van bijvoorbeeld cabaretier Hans Teeuwen aan het adres van de Turkse president Erdogan onbestraft. Tot woede van Turkije.

Goeddeels dode letter

Het voorstel van Tweede Kamerlid Kees Verhoeven kreeg in 2016, behalve van zijn eigen D66-fractie, bijval van PvdA, SP en GroenLinks. Ook de VVD zag goede kanten aan het plan. Premier Rutte zei indertijd dat zijn (toenmalige) kabinet wel kon instemmen met het verdwijnen van het wettelijk verbod op de belediging van een bevriend staatshoofd: toch al een goeddeels dode letter.

Premier Rutte bij koning Willem-Alexander op het bordes van Paleis Noordeinde ANP

Maar met het schrappen van het verbod op majesteitsschennis zei de minister-president méér moeite te hebben. Hij sloot niet uit dat het ooit zover zou komen, maar wilde er nog eens goed over nadenken. Volgens hem gaat het om een ingewikkelde kwestie, "omdat de koning zich niet verdedigen kan".

Wachten op strafvervolging

Overigens hoeft de koning na het schrappen van de strafbaarheid van majesteitsschennis zich niet alles laten welgevallen. Volgens Kees Verhoeven impliceert zijn voorstel niet "dat de koning beledigd mag worden". Net als elke burger kan hij in geval van belediging, smaad of laster een klacht bij justitie indienen en afwachten of er strafvervolging komt.

Probleem echter is dat de koning geen gewone burger is en bij elke klacht of aangifte meteen in politiek vaarwater komt wat zijn rol als verbinder schaadt. Voor het doen en laten van de koning is en blijft de premier politiek verantwoordelijk. Moet die dan naar justitie stappen als hij de koning beledigd acht? En op grond van welke afwegingen?

Daarover gaat volgende week de discussie in het parlement. De afschaffing van majesteitsschennis raakt snel het subtiele bouwwerk van onze constitutionele monarchie.

STER Reclame