Hogere straf Heringa wegens hulp bij zelfdoding

Aangepast
Steunbetuigingen voor Albert Heringa NOS

Het gerechtshof in Den Bosch heeft de 76-jarige Albert Heringa schuldig bevonden aan hulp bij zelfdoding van zijn moeder. Hij krijgt daarvoor een voorwaardelijke celstraf van zes maanden. Het hof vindt dat Heringa geen beroep op overmacht kon doen.

Het is al de vierde uitspraak in deze zaak. Eerder ontsloeg het hof Heringa van rechtsvervolging, maar de Hoge Raad bepaalde dat de zaak over moest.

Op 7 juni 2008 mengde Heringa 130 pillen door de vla van zijn 99-jarige moeder. Ze at het op, dronk een glas Martini en stierf vredig. Dat alles gebeurde op haar uitdrukkelijk verzoek. De zaak kwam in de publiciteit omdat Heringa alles had laten filmen. Anderhalf jaar later werd de documentaire De laatste wens van Moek uitgezonden. Heringa hielp zijn moeder omdat ze klaar was met het leven, heeft hij altijd gezegd.

Het vonnis van zes maanden voorwaardelijk is drie maanden meer dan de eis. De rechter rekende het Heringa aan dat hij zijn moeder alleen had gelaten nadat ze het dodelijk mengsel tot zich had genomen. Ook neemt het hof Heringa kwalijk dat hij de volgende dag dag niet heeft gemeld wat er gebeurd was. Dat werd pas ruim anderhalf jaar later duidelijk.

Heringa nam teleurgesteld kennis van het vonnis. Hij zei tegen de rechters dat hij tien jaar later nog altijd geen spijt heeft van zijn daad. Als hij niet zo had gehandeld, zou hij zijn moeder naar zijn gevoel hebben verraden.

De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde is "enorm teleurgesteld en verbijsterd". De NVVE vindt dat Heringa geen andere keus had dan zijn moeder te helpen en dat die hulp niet mag worden gelijkgesteld aan een misdaad. De vereniging zal Heringa opnieuw steunen als die zijn juridische strijd voortzet.

Heringa werd bij het gerechtshof verwelkomd door leden van de NVVE, die hem duizenden steunbetuigingen aanboden.

De rechtszaak

In 2013 legde de rechtbank in Zutphen Heringa geen straf op, maar verklaarde hem wel schuldig wegens hulp bij zelfdoding. In 2015 ging het gerechtshof in Arnhem nog een stap verder door ook het feit zelf, de hulp bij zelfdoding, niet strafbaar te stellen en ontslag van rechtsvervolging te gelasten.

Het Openbaar Ministerie ging daarop in cassatie. Een jaar later adviseerde de advocaat-generaal bij de Hoge Raad de cassatie te verwerpen omdat er sprake was van overmacht.

De Hoge Raad verwees de zaak daarop terug naar het gerechtshof, nu in Den Bosch. In december vorig jaar erkende de officier van justitie dat de motieven van Heringa zuiver waren, maar omdat de wet hulp bij zelfdoding nu eenmaal alleen toestaat aan artsen eiste hij een voorwaardelijke celstraf van drie maanden.

De praktijk rond hulp bij zelfdoding is de laatste jaren aanzienlijk veranderd. De artsenorganisatie KNMG bepaalde in 2011 dat niet alleen mensen met een ernstige lichamelijke aandoening voor hulp bij zelfdoding in aanmerking komen. Ook eenzaamheid en een opeenstapeling van ouderdomsklachten kunnen uitzichtloos en ondraaglijk lijden veroorzaken, wordt sindsdien erkend.

Heringa zou, als die regels toen al hadden gegolden, hoogstwaarschijnlijk een arts bereid hebben gevonden om euthanasie te plegen.