HH | Martha de Jong-Lantink 2.0 Generic (CC BY-NC-ND 2.0) | Bewerking NOS

Dit weekend is het weer zover: we kunnen weer mussen, merels, duiven, eksters en andere vogels tellen tijdens de nationale tuinvogelteldagen. De Vogelbescherming begon ermee in 2003 en andere natuurorganisaties haakten snel aan: inmiddels kunnen we jaarlijks vlinders, padden, spinnen en zelfs bloeiende planten tellen. Maar hebben al die tuintellingen enige wetenschappelijke waarde?

Het tuintellen begint in augustus. Dan kunnen liefhebbers naar Vlindermee.nl om de vlinderscore in te vullen. In september is er het Egelweekend, gevolgd door de bodemdierendagen begin oktober. Eind december is er de Eindejaars Plantenjacht (mag ook buiten de tuin). En dan is er sinds 2015 nog Tuintelling.nl, waar je alle diersoorten het hele jaar door mag tellen.

Jelle Hoogenboom is een van de duizenden tellers. In september deed hij enthousiast mee aan de Nationale Spinnentelling:

'De meest bijzondere die ik heb gezien, is de getijgerde lijmspuiter'

Alle tellingen leveren een enorme hoeveelheid data op. Maar zeggen die miljoenen waarnemingen iets over de vogelstand? Hoe voorkom je dat rondfladderende mussen dubbel worden geteld?

Er zijn regels die dat moeten voorkomen, zoals: "geef alleen het hoogste aantal vogels van één soort door dat u tegelijk hebt gezien". En vogels die alleen maar overvliegen, tellen niet mee.

Maar wat als de halsbandparkiet die jij zojuist hebt genoteerd even later neerstrijkt in de tuin van de buurman, die ook net zit te tellen?

"Dat is niet te voorkomen, maar het is ook helemaal niet erg", zegt vogelonderzoeker Ruud Foppen, bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit en onderzoeker bij Sovon Vogelonderzoek Nederland. "Als die vogel bij jou en bij je buurman in je tuin zit, maakt hij dus ook gebruik van beide tuinen. De Nationale Tuinvogeltelling is niet bedoeld om de aantallen te schatten. Het gaat er vooral om te kijken welke vogels gebruikmaken van welke tuinen."

Ook door het weer zijn de tellingen van verschillende jaren moeilijk vergelijkbaar. Bij slecht weer zijn vogels veel minder actief en sommige soorten trekken in koude winters naar het zuiden. "Dit jaar hebben we een zachte winter dus is er veel meer activiteit te zien. Dat ga je ook merken bij het tellen."

Je kunt iets zeggen over de verschillen tussen regio's en tussen bepaalde tuinsoorten.

Ruud Foppen, vogelonderzoeker bij Sovon

We moeten de resultaten van het weekendje tuinvogels tellen vooral zien als steekproef, zegt Foppen, een snapshot. De gegevens zullen nooit betrouwbaar genoeg zijn voor een wetenschappelijke publicatie. "De waarde is betrekkelijk, maar je kunt wel iets zeggen over de verschillen tussen regio's en tussen bepaalde soorten tuinen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat in tuinen zonder tegels meer vogels worden geteld, waarschijnlijk omdat die daar beter voedsel kunnen zoeken in de bodem. En hoe meer deelnemers je hebt, hoe betrouwbaarder dat soort gegevens worden."

Bij de tuintellingen gaat het er vooral om mensen met meer belangstelling te laten kijken naar alles wat rondkruipt en -fladdert in hun tuin. Een aantal mensen raakt zo enthousiast dat ze zich melden voor de jaarrond-telling, waarbij ze iedere week even moeten tuintellen. "Met die gegevens kun je vergelijkingen maken over de seizoenen en zelfs over verschillende jaren, dat is al veel betrouwbaarder."

Zo konden onderzoekers het effect van rondwarende ziektes terugzien. Groenlingen werden de afgelopen jaren getroffen door de ziekte Het Geel en sommige merels lopen het Usutuvirus op. "Dat zie je terug in de tuintelling", weet Foppen. "Dit soort citizen science wordt zo steeds belangrijker."

Groenling Flickr / Martha de Jong-Lantink (CC BY-NC-ND 2.0)

Er doen jaarlijks ruim 50.000 mensen mee aan de Nationale Tuinvogeltelling. De jaarrond-tuintelling heeft zo'n 11.000 deelnemers. En dan zijn er nog een paar duizend vrijwilligers die meer professionele waarnemingen doen. "Die trekken de natuur in en proberen bepaalde soorten waarin ze gespecialiseerd zijn tot de laatste vogel te tellen."

Naast de jaarrond-tellingen vindt Foppen het belangrijk dat de egelweekenden en bodemdierdagen ook blijven bestaan, want een telling van één bepaalde diersoort krijgt nu eenmaal veel meer aandacht. "Zo'n evenement doet het gigantisch in de pers, en dat levert weer nieuwe deelnemers op."

Voor wie dit weekend wil meedoen aan de Nationale Tuinvogeltelling nog een tip: ga niet in de tuin staan tellen. "Blijf achter het raam, want sommige soorten zijn gewoon schuw. Als je dan in de tuin staat ben je eigenlijk een soort vogelverschrikker."

STER reclame