Te weinig geld voor bijstandsuitkering vluchtelingen

Aangepast
Een asielzoekerscentrum in Ter Apel ANP

Gemeenten komen miljoenen tekort om bijstandsuitkeringen te betalen. Het bedrag dat zij krijgen van het Rijk om werklozen financieel te steunen, is te laag. Er wordt geen rekening gehouden met de groei van het aantal bijstandsontvangers als gevolg van de grote vluchtelingenstroom in 2015 en 2016.

Dat blijkt uit onderzoek van het bureau AEF in opdracht van Divosa, de vereniging van leidinggevenden van sociale diensten. Divosa wil dat het Rijk de tekorten gaat afdekken en ze niet afwentelt op de gemeenten.

90.000 mensen

Het Rijk stelt elk jaar geld beschikbaar aan gemeenten voor het betalen van bijstandsuitkeringen. De afgelopen drie jaar was dat bedrag structureel te laag. Uit het onderzoek van AEF blijkt dat gemeenten in ieder geval tussen 2015 en 2017 onvoldoende budget hebben gekregen om de bijstandsuitkeringen te betalen.

De belangrijkste oorzaak daarvan is dat er bij de vaststelling van de budgetten wordt gekeken naar de verwachtingen over de werkloze beroepsbevolking. Er is onvoldoende rekening gehouden met een toename van het aantal statushouders, die ook zijn aangewezen op de bijstand.

Hun aantal groeide in 2015 plotseling hard. Veel asielzoekers werden toen erkend als vluchteling en kregen een verblijfsstatus. Zij hebben verspreid over Nederland huisvesting gekregen. In hun woongemeenten hebben ze recht op een bijstandsuitkering, om een leven op te starten. In de ramingen van het bijstandsbudget is deze verhoogde instroom van statushouders niet meegenomen. Het gaat in totaal om ruim 90.000 mensen.

Baan vinden blijkt lastig

Om de gemeenten tegemoet te komen is er voor 2016 en 2017 wel een tijdelijke regeling gekomen. Gemeenten kunnen extra geld lenen van het Rijk. Maar dat geld wordt twee jaar later weer ingehouden op hun bijstandsbudget.

Het idee daarachter is dat statushouders na een periode geen uitkering meer nodig hebben omdat zij dan werk hebben gevonden, een opleiding zijn gaan volgen of studiefinanciering ontvangen. Maar als dat minder snel gaat dan gehoopt, komen gemeenten in problemen. Bovendien blijkt het voor migranten vaak lastig om aan het werk te komen, vanwege hun taalachterstand of door psychische problemen.

Wat doen gemeenten om statushouders aan werk te helpen?

De begeleiding van statushouders naar een baan begint langzaam op gang te komen in gemeenten. Elke gemeente doet dit op een andere manier.

In Nootdorp, bijvoorbeeld, stelde chrysantenkweker Harry Wubben bij wijze van proef een werkervaringsplaats beschikbaar aan een Eritrese statushouder. Een jobcoach bracht de Eritreeƫr werknemersvaardigheden bij en bereidde andere medewerkers voor op zijn komst. Want waar moet je bijvoorbeeld met een statushouder tijdens de lunch over praten? Wubben is enthousiast over de aanpak. Hij gaat in januari andere tuinders overhalen om mee te doen.

De arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant start in januari met een nieuwe aanpak om statushouders aan een baan te helpen. Inburgering staat volledig in het teken van werk, waarbij statushouders taalstages lopen. Volgens de arbeidsmarktregio zien veel werkgevers het wel zitten om plekken beschikbaar te stellen voor statushouders.

Nu nog zijn de prognoses van het Centraal Planbureau bepalend voor het bijstandsbudget voor gemeenten. Divosa vindt dat geen goede graadmeter, omdat veel bijstandontvangers dus lastig aan werk te helpen zijn. Ook door het sluiten van sociale werkvoorzieningen en het beperken van de speciale uitkeringsregeling voor jong-gehandicapten verandert het bijstandsbestand.

Verplicht

Gemeenten zijn overigens verplicht om mensen in de bijstand zo snel mogelijk aan werk te helpen. Dat geldt dus ook voor statushouders. Om de gemeenten daarbij te helpen, worden sinds dit jaar statushouders gescreend op hun werkervaring en opleidingsniveau. Met het ministerie van Sociale Zaken is afgesproken dat bij de plaatsing in gemeenten wordt gekeken naar de potentiƫle vacatures in de regio.

Verder zijn in asielzoekerscentra inburgeringscursussen van twaalf weken gestart, zodat mensen zo snel mogelijk hun weg weten te vinden als ze eenmaal in hun nieuwe gemeente wonen.