D66 in senaat heeft nog vragen over afschaffen dividendbelasting

Algemene Beschouwingen Eerste Kamer ANP

Regeringspartij D66 in de Eerste Kamer is er nog niet van overtuigd dat de dividendbelasting moet worden afgeschaft. Deze in het regeerakkoord afgesproken maatregel, die vooral bedoeld is om het vestigingsklimaat te stimuleren en banen te scheppen, is een van de meest bekritiseerde plannen van de nieuwe coalitie.

In de eerste debatten in de Tweede Kamer met het nieuwe kabinet is het er al een paar keer over gegaan en de dividendbelasting is ook weer een thema in de Algemene Beschouwingen in de senaat. Tegenstanders zetten er grote vraagtekens bij dat de maatregel goed is voor de werkgelegenheid en zien de 1,4 miljard aan kosten liever aan iets anders besteed.

Overredingskracht

"Het kabinet zal als het wetsontwerp de Eerste Kamer bereikt nog wel wat overredingskracht nodig hebben om ons te overtuigen", zei D66-fractievoorzitter De Graaf.

De VVD vindt de belastingmaatregelen van het kabinet "aantrekkelijk". Fractievoorzitter Jorritsma wees erop dat de VVD in de senaat al eerder heeft gepleit voor het schrappen van de dividendbelasting.

Wietexperiment

CDA en ChristenUnie hebben bedenkingen bij het plan van het kabinet om te gaan experimenteren met het telen van wiet. CDA-fractieleider Brinkman vroeg zich af hoe dat zich verhoudt tot de wens van de coalitie om het gebruik van tabak te ontmoedigen. Hij is bang dat de experimenten drugsgebruik zullen aanmoedigen.

"We houden ons loyaal aan onze afspraken, maar we zijn geen stempelkantoor", voegde hij eraan toe. Brinkman wil "meetbare ijkpunten" voor het wietplan.

Referendum

D66 wil ook weten waarom het kabinet van plan is het raadgevend referendum af te schaffen, nog voordat de wet daarover is geëvalueerd. De Graaf noemde de manier waarop het kabinet de wet wil intrekken bruusk. Ook oppositiepartijen zijn zeer kritisch over het voorstel.

Premier Rutte antwoordt de senaat morgen. Net als in de Tweede Kamer heeft de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in de Eerste Kamer maar een meerderheid van één zetel.