Op de ene school gaat helft vmbo'ers door naar havo, op de andere niemand

Hollandse Hoogte
Geschreven door
Bas de Vries en Winny de Jong
Research-redacteuren

Leerlingen die de ambitie hebben om na het vmbo door te stromen naar de havo, doen er goed aan daar bij hun schoolkeuze al rekening mee te houden. De verschillen in doorstroomcijfers van de verschillende scholen blijken groot, blijkt uit een analyse van de NOS.

Nederland telt scholen waar ruim de helft, en in een enkel geval driekwart van de leerlingen doorstroomt. Maar er zijn ook tientallen scholen waar na het eindexamen niet één vmbo'er verdergaat op de havo.

De data zijn afkomstig van ‘Scholen op de kaart’, de website waarop resultaten van 764 middelbare scholen worden samengebracht. Het gaat om leerlingen die in het schooljaar 2015/2016 hun eindexamen hebben gehaald.

Scholengemeenschappen

Leerlingen mogen verder op de havo als ze op het vmbo de theoretische leerweg (TL) of de gemengde leerweg (GL) hebben afgerond. Gemiddeld zet een kleine 16 procent die stap. Op scholengemeenschappen (17 procent) komt het iets vaker voor dan op scholen die uitsluitend vmbo aanbieden (ruim 11 procent).

Verreweg de meeste vmbo'ers, meer dan 80 procent, gaan na het eindexamen door naar het mbo. Een relatief kleine groep geslaagden laat het onderwijs, al dan niet tijdelijk, achter zich: deze jongeren nemen bijvoorbeeld een tussenjaar of gaan werken.

Barrières

De Tweede Kamer vindt al langer dat veel scholen te hoge barrières opwerpen voor vmbo'ers die zich verder willen ontwikkelen op de havo. Bijvoorbeeld door minstens een 6,8 als gemiddeld eindexamencijfer te eisen. Aangespoord door de Kamer kondigde het vorige kabinet begin dit jaar een ‘doorstroomrecht’ aan: aanvullende eisen mogen vanaf het schooljaar 2019/2020 niet meer. Voorwaarde is wel dat de leerlingen op het vmbo voldoende vakken hebben gevolgd, namelijk zeven in plaats van de gebruikelijke zes.

Ook moet het zogenoemde doubleerverbod verdwijnen. Een kwart van de scholen laat leerlingen nu nog alleen doorstromen naar 4 havo onder de voorwaarde dat zij van school gaan op het moment dat zij blijven zitten in die klas. Dit om te voorkomen dat zij door de Onderwijsinspectie worden afgerekend op mindere resultaten in het eindexamenjaar.

Doorstroomrecht

Veel scholen staan afwijzend tegenover het doorstroomrecht dat de politiek in wil gaan voeren. Ook die waarop relatief veel leerlingen doorstromen. Voorwaarden als de 6,8 gemiddeld op het eindexamen worden gezien als een goede manier om teleurstellingen van leerlingen op de havo te voorkomen.

Dat sluit aan op de reactie van hun belangenorganisatie VO-raad. Voorzitter Paul Rosenmöller geeft aan "dat scholen leerlingen kansen willen bieden, maar hen niet willen opleiden voor een kansloze route, die onder een toenemende 'opwaartse druk' in de maatschappij wordt gekozen".

De VO-raad vindt ook dat moet worden voorkomen dat het beeld ontstaat dat de havo voor vmbo'ers de koninklijke route is en het mbo de mindere keuze. Het vmbo is in de eerste plaats een voorbereiding op het middelbaar beroepsonderwijs, zegt Rosenmöller.