Explosieve groei burgerhulpverleners, maar niet in de grote steden

Aangepast
ANP

Een mijlpaal noemt de Hartstichting het: 170.000 burgerhulpverleners staan inmiddels geregistreerd en kunnen in actie komen bij een hartstilstand in de buurt. Maar het maakt wel uit waar je woont, want juist in de grote steden kan de dekking nog een stuk beter, zegt directeur Floris Italianer van de Hartstichting.

Per week zijn er in Nederland zo'n 300 mensen die een acute hartstilstand krijgen buiten het ziekenhuis. Steeds meer van hen overleven het, zegt Italianer in het NOS Radio 1 Journaal. "In de jaren 90 werd minder dan 10 procent gered. Nu is dat al zo'n 25 procent. En we denken dat dat percentage nog flink op te schroeven is."

Daarvoor is het netwerk van burgerhulpverleners cruciaal. Die krijgen een sms-bericht als iemand in de buurt een hartstilstand heeft. In twee jaar tijd is het aantal geregistreerde burgerhulpverleners explosief gegroeid. In november 2015 waren het er nog 88.000, nu dus bijna twee keer zoveel.

Maar ze zijn niet gelijk verspreid over het land. De Hartstichting wil dat overal in Nederland minimaal 1 procent van de inwoners is aangemeld als burgerhulpverlener, maar juist de provincies met de dichtstbevolkte gebieden blijven achter.

Steeds meer burgerhulpverleners

Italianer: "Je zou verwachten dat in de dichtbevolkte gebieden meer mensen zijn die kunnen reanimeren, omdat daar meer mensen zijn. Dat is in absolute aantallen misschien wel zo, maar je ziet op het platteland dat de dekking wat groter is. Daar is traditioneel meer bereidheid om elkaar te helpen. Daar moet de Randstad goed naar kijken en proberen dat te evenaren."

Hoe groot die bereidheid is, blijkt in het Overijsselse buurtschap Nutter, kampioen burgerhulpverlening in Nederland: van de 196 inwoners is bijna 30 procent burgerhulpverlener.

'Koudwatervrees'

In Amsterdam, Rotterdam en Utrecht konden de burgerhulpverleners tot vorig jaar zelfs helemaal niet worden opgeroepen omdat die gemeenten nog niet meewerkten. "Koudwatervrees", vermoedt Italianer. "Nederland loopt hiermee echt voorop, dus het is allemaal nieuw, en een van de argumenten in die steden was: we hebben hier een goed werkende ambulancedienst en de politie rijdt ook rond met AED's."

Maar dat is geen reden om het netwerk van burgerhulpverleners niet in te schakelen, vindt de directeur van de Hartstichting. "Ook in een grote stad is de ambulance er natuurlijk niet altijd binnen een kwartier. Vaak natuurlijk wel, maar als je er binnen zes minuten bent dan ben je wel sneller."

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Aantal burgerhulpverleners neemt fors toe

Sinds vorig jaar doen Utrecht en Rotterdam wel mee. Alleen Amsterdam is niet aangesloten bij het netwerk. Italianer hoopt dat dat alsnog gebeurt. "Dat moet ook, als grootste stad van Nederland, want iemand moet wel die knop omzetten om die burgerhulpverleners op te roepen."

Nog 18.000 AED's

Behalve het aantal geregistreerde burgerhulpverleners is ook het aantal goed bereikbare AED's belangrijk. Er hangen nu zo'n 12.000 van die automatische defibrillatoren op plekken in het hele land, maar dat moeten er 30.000 worden. "Dus we missen er nog 18.000. Er zijn genoeg AED's in kantoren, sportscholen en hotels, maar kantoren zijn 's nachts niet open. Dus moet je defibrillatoren hebben die ergens buiten hangen, zodat iedere vrijwilliger erbij kan."

De Hartstichting wil die laatste 18.000 AED's voor het einde van volgend jaar overal in Nederland laten ophangen. "En dan hebben we in Nederland echt een volstrekt uniek systeem, dat nergens ter wereld nog bestaat."

STER Reclame