Inkomensverschillen in Nederland deze eeuw nagenoeg onveranderd

ANP

De inkomensverschillen in Nederland zijn sinds 2001 nagenoeg gelijk gebleven, blijkt uit onderzoek van het CBS. De inkomensverschillen uit loon, winst en vermogen stegen, maar dat werd ongedaan gemaakt door een toenemende herverdeling via sociale uitkeringen, belastingen en premies.

De toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen verkleinde de ongelijkheid voor herverdeling, de vergrijzing en de economische crisis vergrootten juist de ongelijkheid.

Herverdeling halveert ongelijkheid

De ongelijkheid in besteedbaar inkomen in een land wordt uitgedrukt met de Gini-coëfficiënt. Dat is een cijfer tussen 0 en 1, waarbij 0 staat voor complete gelijkheid, en 1 voor complete ongelijkheid, waarbij één persoon al het inkomen heeft en de rest van de bevolking helemaal niets.

Zonder belastingen en uitkeringen steeg de Gini-coëfficiënt in Nederland tussen 2001 en 2015 van 0,53 naar 0,56. Na belastingen en uitkeringen is de Gini-coëfficiënt veel lager; sinds 2001 schommelt die tussen de 0,28 en 0,29.

De inkomensongelijkheid in Nederland is ongeveer even groot als in landen als Duitsland, Ierland en Frankrijk. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Brazilië en China is de ongelijkheid een stuk groter. In landen als IJsland, Noorwegen en Denemarken is de ongelijkheid nog iets lager dan in Nederland.

Miljonairs

Eerder deze week bleek dat de vermogensverschillen in Nederland groter zijn. Het aantal miljonairs neemt toe. Zij bezitten 44 procent van het vermogen van alle huishoudens. Daarmee is de vermogensongelijkheid in Nederland aanzienlijk.