Belastingdienst zette ten onrechte kinderopvangtoeslag stop

time icon Aangepast
ANP

De Belastingdienst heeft in 2014 ten onrechte de kinderopvangtoeslag van 232 gezinnen stopgezet. Dat concludeert de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen in een vandaag verschenen rapport.

De fiscus besloot de toeslagen destijds stop te zetten omdat er mogelijk misbruik werd gemaakt van de regeling. Volgens de ombudsman werd daarbij geen rekening gehouden met gezinnen die niets kwaads in de zin hadden.

"De Belastingdienst heeft de ouders door deze ongenuanceerde aanpak in een onmogelijke positie, grote financiële problemen en langdurige onzekerheid gebracht", schrijft Van Zutphen.

Bewijzen achteraf

Pas na het stopzetten van de kinderopvangtoeslag werd bij de gezinnen om bewijzen gevraagd. Daarnaast moesten toeslagen die in de voorgaande jaren waren ontvangen, worden terugbetaald. Hierdoor raakten volgens de ombudsman veel ouders in financiële problemen en moesten ze hun kind van de opvang halen.

In de periode na de beëindiging dienden de betrokken vraagouders 390 bezwaarschriften in. Omdat de belastingdienst niet had aangegeven welke bewijsstukken ontbraken of onvoldoende waren, was het moeilijk voor betrokkenen om hun bezwaar goed te motiveren.

Beslissing duurde veel te lang

De behandeling van de ingediende bezwaarschriften door de belastingdienst liep grote achterstand op. Bij 41 procent werd de wettelijke beslistermijn zelfs overschreden, met gemiddeld 18 maanden. Al die tijd ontvingen de ouders geen kinderopvangtoeslag meer en wisten zij niet waar zij aan toe waren.

Van Zutphen zegt dat de fiscus meer oog moet hebben voor het burgerperspectief om in de toekomst te voorkomen dat mensen gedupeerd worden. "In dit geval had de Belastingdienst alle 232 betrokkenen op voorhand al schuldig verklaard door de kindertoeslag stop te zetten."

Excuses

Volgens de ombudsman is het niet de eerste keer dat de Belastingdienst een onevenredig harde aanpak hanteert. In 2015 moesten 3745 gezinnen drie tot zes maanden wachten op hun kindgebonden budget, omdat niet duidelijk was of zij hier recht op hadden.

De ombudsman wil dat dat de Belastingdienst met een tegemoetkoming komt.

Belastingdienst betreurt gang van zaken

De Belastingdienst laat in een reactie op het rapport weten zich te herkennen in de conclusies. Verder "betreurt de Belastingdienst het dat mensen bij wie de stopzetting achteraf onterecht heeft plaatsgevonden, daar overlast van hebben ondervonden". Ook meldt de dienst dat inmiddels 96 procent van de bezwaarschriften van de betrokkenen uit 2014 is afgehandeld. De helft daarvan is gegrond verklaard.

Volgens de Belastingdienst komen de geconstateerde problemen nu niet meer voor omdat sinds juli 2016 de werkwijze is aangepast. Sindsdien worden de gegevens van de toeslaggerechtigden eerst opgevraagd. Pas daarna volgt een besluit over het al dan niet stopzetten van de toeslag. Tegen dit besluit kan bezwaar worden gemaakt.

De Belastingdienst laat verder weten dat de afhandeling van de bezwaren in het algemeen is verbeterd en er geen achterstand meer is.

STER Reclame