Talud bij de Westzeedijk, waar prostituee Francis Garcia-Hofland werd gevonden ANP

De man die terechtstaat voor het vermoorden van minstens twee prostituees in Rotterdam in de jaren 90, moet voor psychiatrische observatie naar het Pieter Baan Centrum. Dat heeft de rechter vanochtend bepaald.

De 58-jarige Albert B. stond vandaag voor het eerst voor de rechter. Hij ontkent dat hij de vrouwen heeft omgebracht. Toch is er volgens de rechter genoeg verdenking tegen de man, meldt RTV Rijnmond.

De Schiedammer wordt ervan verdacht de straatprostituees Berendina Stijger (45) en Francis Garcia-Hofland (22) te hebben omgebracht.

Broer

B. kwam begin dit jaar na dna-verwantschapsonderzoek bij het Rotterdamse coldcaseteam in beeld. Destijds is sperma gevonden van de vermoedelijke dader, maar dat leverde nog geen match op. Dat dna-materiaal is vergeleken met dat van andere mannen.

Het onderzoek leverde een hit op met een man die in 1962 was geboren. Het gevonden sperma moest van zijn broer zijn. Aangezien de man maar een broer had, kwam de recherche direct uit bij Albert B. De man werd in april opgepakt.

Andere moorden?

De dakloze prostituee Stijger werd in september 1990 dood gevonden nabij de Willemsbrug. In juni 1991 werd haar collega Garcia-Hofland vermoord aangetroffen op het talud van de Westzeedijk. Beide vrouwen waren half ontkleed, hun keel was doorgesneden en ze hadden steekwonden.

De verdachte is nog onderwerp van onderzoek van het coldcaseteam in verband met andere onopgeloste prostitutiemoorden. De rechtszaak gaat over drie maanden verder.

STER reclame