De stank van 8000 varkens: bij oostenwind vlug naar binnen

tijd van publicatie Aangepast
ANP
Geschreven door
Bas de Vries
Research-redacteur

Dertig jaar geleden gingen ze op het platteland wonen. In Liessel om precies te zijn, een kern in de Brabantse gemeente Deurne. De boerderij even verderop was toen nog wat je je bij een klassieke boerderij voorstelt: een gezinsbedrijf met koeien in de wei en enkele varkens.

Maar in de jaren daarna kwam er een overname door een varkenshouder. Het aantal dieren nam snel toe, naar rond de 8000 op dit moment. En sinds enige tijd ligt er een aanvraag in het gemeentehuis voor een verdere uitbreiding naar 9700 varkens, waarvan nu al duidelijk is dat er toestemming voor komt.

Het gepensioneerde echtpaar Van Lijssel blijft desondanks bezwaar maken tegen de plannen van de buurman, samen met tien andere gezinnen in de omgeving. Joke van Lijssel kampt met longklachten, die zij wijt aan de uitstoot van ammoniak door de stallen. "Ik moet dagelijks mijn pufjes nemen, met zo'n plastic inhalator."

Het natuurlijke proces is hier compleet verstoord.

Joke van Lijssel

En dan is er natuurlijk nog die stankoverlast. Hoeveel je ruikt, hangt af van de windrichting die dag. Draait die naar het oosten, dan zien Anton en Joke van Lijssel zich genoodzaakt naar binnen te vluchten. Dat is met name vervelend op warme zomeravonden.

Om misverstanden te voorkomen: zij hebben beiden van oorsprong juist veel sympathie voor de boerenstand. Anton van Lijssel is zelf boerenzoon. Maar wat nu gebeurt in het buitengebied van oostelijk Brabant, met z'n "bio-industrie in megastallen", dat kunnen zij alleen maar zien als roofbouw.

"De maat is weg", vindt Joke. "Het natuurlijke proces is hier compleet verstoord."

"We lijken hier wel een proeftuin waarin zo veel mogelijk dieren worden geplaatst", vult Anton aan. "Tot het helemaal fout gaat."

Even verderop, in het gemeentehuis, legt wethouder Biemans uit dat hij feitelijk niets anders kan doen dan toestemming geven voor de uitbreiding. Die gaat gepaard met de plaatsing van twee nieuwe 'luchtwassers', die de uitstoot van fijnstof, ammoniak en geur van het varkensbedrijf juist zouden moeten verminderen. De wethouder kent het onderzoek naar de gezondheidseffecten van dit soort intensieve veehouderij uiteraard ook. Maar dat onderzoek is nog niet vertaald in nieuwe, landelijke regels. En dus voldoet de aanvraag simpelweg aan de bestaande wet- en regelgeving, zegt hij.

Het is het type discussie dat op dit moment in veel plaatsen in Noord-Brabant wordt gevoerd. Volgens het huidige provinciebestuur is op dit moment eigenlijk niemand blij met de manier waarop de intensieve veehouderij is georganiseerd. Mensen in de buurt klagen over stank, gezondheidseffecten en overlast van vrachtwagens van en naar de bedrijven. Vele anderen zijn bezorgd over het lot van de dieren in megastallen. En talloze boeren hebben het financieel moeilijk, moeten stoppen en dragen hun rechten over aan grote bedrijven met investeringskracht.

'Onmogelijk'

Om deze situatie te doorbreken, stelt de provincie nieuw beleid voor, waarin de bedrijven aan strengere eisen moeten voldoen waarmee zij hun omgeving minder belasten en het aantal dieren (licht) afneemt. "Ik wil naar een veehouderij die maatschappelijk wordt gewaardeerd", zegt D66-gedeputeerde Spierings.

Protesterende boeren vinden dat zij daarmee in een onmogelijke situatie worden geplaatst. "Dit is niet haalbaar voor ons", zegt Hanneke van de Corput, varkenshouder in Vught. "We hebben echt meer tijd nodig om de investeringen te kunnen opbrengen die hiervoor nodig zijn. De drie luchtwassers die geplaatst zouden moeten worden, kosten bijna 200.000 euro. En zo veel geld hebben wij op dit moment niet."

Maar ook Anton van Lijssel in Liessel is niet uitsluitend enthousiast. "De provincie dweilt met de kraan open. Het wordt met deze maatregelen iets minder, maar de overbelasting blijft als je blijft toestaan dat er zo veel vee wordt gehouden."

STER Reclame