'Het mooiste is om de zeldzame rassen in stand te houden'

Christ Jochems met een van zijn Nederlandse landvarkens NOS

"Wat is er nou mooier dan de hele dag met dieren aan de gang te zijn? Er is niets mooier." Christ Jochems, eigenaar van Hoeve het Rondgors in Rijsbergen, is in het bezit van enkele zeldzame diersoorten zoals het Nederlands landvarken, Bentheimer en de Twentse landgans. Die worden met uitsterven bedreigd, tot ongenoegen van Jochems. "Het mooiste is om ze in stand te houden."

Zeldzame huisdierrassen worden met uitsterven bedreigd en daarom luidt de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH) de noodklok. Om het pleidooi kracht bij te zetten, trok de stichting vanmiddag met een aantal dieren naar het Plein bij het Binnenhof in Den Haag.

Samen met enkele andere organisaties overhandigde de stichting de Tweede Kamer een brandbrief om aandacht en geld te vragen voor het behouden van zeldzame huisdierrassen.

Op een lijst van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), dat verbonden is aan de Wageningen Universiteit, staan 92 zeldzame rassen. Meer dan 30 soorten hebben de status kritiek gekregen. Het gaat onder meer om het Nederlands landvarken (nog 50 exemplaren), de Noord-Hollandse witborsteend (20) en het paardenras Zwaar Warmbloed (136).

Jochems was jarenlang varkenshouder. Tot 1999, toen werd hij eigenaar van zijn hoeve, die onder meer een manege, zorgboerderij en groepsaccommodatie herbergt. "Na een paar jaar begon het varkensvirus weer toe te slaan en besloot ik om eerst een aantal Bentheimers aan te schaffen en later ook nog landvarkens."

Dat zijn twee zeldzame rassen. Jochems bezit momenteel 17 van de nog 50 landvarkens in Nederland. "Het landvarken is de basis van de varkenshouderij in ons land. Het landras zijn ze gaan veredelen, terwijl de Bentheimer in het verdomhoekje terecht is gekomen. Daarom is het ook belangrijk om die in stand te houden."

Christ Jochems houdt zeldzame dieren 'voor de leuk'

Ook lopen er zes Twentse landganzen op zijn terrein. Nederland telt nog tachtig exemplaren en die moeten bewaard blijven, vindt Jochems: "Je kunt de normale gans pakken, maar met dezelfde moeite heb je deze zeldzame gans. Het is eigenlijk een vleesgans, want vroeger aten ze nog wel ganzenvlees. Het belangrijkste is dat ze niet verdwijnen."

Voor de Eerste Wereldoorlog waren er nog honderdduizend Twentse landganzen, die veelal werden gefokt voor de export. Per trein werden ze vervoerd naar Rotterdam en vanaf daar gingen ze met de boot naar Engeland. Daar kwamen ze vervolgens op het bord terecht. Die export is gestopt tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de grenzen werden gesloten.

Zo'n tien jaar geleden leek het soort uitgestorven. Maar door het ras terug te kruisen, is er opnieuw leven in het ras geblazen.

Lothar von Bönninghausen heeft ook vijftien Twentse landganzen in zijn bezit, bijna twintig procent van de totale populatie in Nederland. Hij houdt ze op zijn landgoed in het Twente buurtschap Fleringen. "Ik heb de ruimte en ik vind het leuk om zeldzame dieren in huis te hebben", vertelt Von Bönninghausen, die ook nog vijf witborsteenden heeft.

Ganzen zijn niet dieren die je snel als huisdier neemt, vindt hij. "Ze kunnen al snel zorgen voor overlast en je moet er wel de tijd en ruimte voor hebben."

Moeder gans

Jochems verkoopt af en toe jonge Twentse landganzen aan particulieren, die ze willen hebben als park- of tuindier. "Mensen zoeken toch vaak iets wat er niet is."

Momenteel heeft hij twee jonge ganzen te koop. Voor 20 euro heb je er eentje. "Maar de moeders blijven natuurlijk hier", zegt Jochems. Zijn geld verdient hij vooral met zijn manege en zorgboerderij. De varkens en de ganzen zijn niet meer dan een hobby. "Het is meer voor de leuk. Ik word er blij van. Zo boeren we wat aan."