Kliniek 'De Woenselse Poort' in Eindhoven Omroep Brabant

Bij tbs-kliniek de Woenselse Poort in Eindhoven zijn in 2014 te veel zware tbs'ers geplaatst, terwijl het personeel dat niet aankon. De kliniek kreeg vervolgens te maken met allerlei geweldsincidenten en een hoog ziekteverzuim.

Dat blijkt volgens Omroep Brabant uit stukken die de omroep opvroeg. De directie van de Woenselse Poort en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), verantwoordelijk voor het plaatsen van tbs'ers, zouden hebben ingestemd met de 'overproductie'.

Vangnet

De Woenselse Poort kreeg meer tbs'ers te verwerken omdat andere klinieken in het land moesten sluiten of afbouwen vanwege bezuinigingen. De Eindhovense kliniek diende als tijdelijk vangnet, maar moest ondertussen ook zelf bezuinigen.

Het personeel van de tbs-kliniek kwam daardoor behoorlijk in de problemen. Kort na de eerste overplaatsingen steeg het aantal geweldsincidenten. In 2015 was dat cijfer zelfs twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde, blijkt volgens Omroep Brabant uit de stukken. Ook kwamen steeds meer personeelsleden ziek thuis te zitten.

Ambtenaren van de Dienst Justitiële Inrichtingen waarschuwden voor de te grote druk op de Eindhovense kliniek, maar naar die adviezen zou niet geluisterd zijn.

Reactie

De tbs-kliniek wil niet inhoudelijk reageren op het nieuws van Omroep Brabant. De Woenselse Poort zegt dat de stukken onrechtmatig verkregen zijn. De omroep heeft ze gekregen van het ministerie van Veiligheid en Justitie met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), maar er waren passages onleesbaar gemaakt. Omroep Brabant is erin geslaagd dat ongedaan te maken.

Maar volgens de Woenselse Poort is de informatie uit zijn context gehaald en doet het artikel van Omroep Brabant daarom geen recht aan de daadwerkelijke situatie.

Volgens de Dienst Justitiële Inrichtingen is er geen sprake geweest van overbevolking of het plaatsen van te zware tbs'ers. "De plaatsing van een tbs'er gebeurt altijd heel zorgvuldig en in goed overleg met de kliniek", stelt de DJI.

STER reclame