ANP
NOS NieuwsAangepast

NAM vecht betalen immateriële schade aan

De NAM gaat in beroep tegen een uitspraak die bepaalt dat de organisatie een schadevergoeding moet betalen aan gedupeerden van de gaswinning in Groningen. De NAM betwist niet in alle gevallen de aansprakelijkheid, maar zegt dat de uitspraak van de rechtbank in Assen "juridisch gezien" onduidelijk is.

Op 1 maart besloot de rechtbank in Assen dat de NAM een deel van de inwoners van het Groningenveld een schadevergoeding moet betalen. Het gaat om een vergoeding voor aantasting van het woongenot door angst, spanning en stress bij bewoners van huizen die schade hebben geleden. De zaak was aangespannen door 127 gedupeerden.

Eigen onderzoek NAM

De directie van de NAM zegt het principieel niet eens te zijn met de uitkomst van de rechtszaak over de immateriële schade. Zo zou niet duidelijk zijn aan welke voorwaarden de juridische aansprakelijkheid moet voldoen en wat de minimumeisen zijn.

Het was al duidelijk dat in afzonderlijke rechtszaken moet worden bepaald of mensen recht hebben op een schadevergoeding en hoe hoog die moet zijn. De NAM zegt dat het tegelijk met de beroepsprocedure gaat onderzoeken of het de bewoners tegemoet kan komen, zonder dat ze opnieuw naar de rechtbank hoeven.

Reactie advocaat

"We hielden al rekening met een hoger beroep, want het belang van de NAM is gewoon heel erg groot", reageert Pieter Huitema, de advocaat van de 127 gedupeerden.

"We gaan gewoon door met het verzamelen en indienen van alle schadeclaims voor immateriële schade, maar de NAM kan dat voorkomen door met ons in gesprek te gaan", vervolgt Huitema.

De advocaat denkt overigens niet dat het hoger beroep van de NAM kans maakt: "De uitspraak van de rechtbank is erg helder. De rechter heeft heel goed uitgelegd hoe het allemaal is ontstaan. Nu bagatelliseert de NAM het probleem van veel Groningers weer."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl