NAM ook aansprakelijk voor immateriële schade aardbevingen

Minister Kamp bij een bezoek aan een beschadigde woning in Woltersum in 2014 ANP

De  Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) is aansprakelijk voor de immateriële schade van gedupeerden van aardbevingen als gevolg van gaswinning in Groningen. De NAM moet daarom aan een deel van de inwoners van het Groningenveld een schadevergoeding betalen. Dat heeft de rechtbank in Assen beslist. Onder immateriële schade valt aantasting van het woongenot door angst, spanning en stress bij bewoners van huizen die schade hebben geleden.

Niet alle gedupeerden krijgen een schadevergoeding. Bij de beoordeling van de claims wordt gekeken naar een reeks van omstandigheden, zoals de frequentie en de zwaarte van de bevingen waarmee een eiser te maken kreeg, de ernst van de schade aan de woning, de afhandeling daarvan en de klachten die iemand aan de bevingen heeft overgehouden.

Drempel

Of mensen recht hebben op een schadevergoeding en de hoogte daarvan, moet in afzonderlijke rechtszaken worden vastgesteld. De zaak was aangespannen door 127 gedupeerden van de aardbevingen in het Groningenveld.

De NAM zegt in een reactie dat het voor alle partijen van belang is dat er nu duidelijkheid komt over de "drempel" voor een vergoeding voor immateriële schade. Het bedrijf zegt dat het altijd heeft gesteld dat het aansprakelijk is voor aardbevingsschade, ook immateriële.

Het concern, dat voor de helft eigendom is van Shell en voor de andere helft van ExxonMobil, gaat de uitspraak nu eerst bestuderen.

Zorgplicht

De rechtbank vindt dat de Staat der Nederlanden niet aansprakelijk kan worden gesteld voor immateriële schade. Wel heeft minister Kamp de zorgplicht van de Staat in de periode van januari 2013 tot november 2015 "onvoldoende ingevuld". De rechtbank beoordeelt dat als een onrechtmatige daad van de Staat. Omdat de NAM de vergunninghouder is, draait alleen de NAM voor de kosten van immateriële schade op.