Tienjarige Jami uit Afghanistan slaapt tussen de ratten in Servië

Mitra Nazar / NOS
Geschreven door
Mitra Nazar

Jami is pas tien jaar oud, komt uit Afghanistan en is al zes maanden onderweg. Via Iran, Turkije en Bulgarije, kwam hij in Servië terecht. Daar slaapt hij in een leegstaande fabriekshal achter het treinstation in Belgrado, op een vuil matras tussen de ratten. "Het is hier beter dan in Bulgarije," zegt Jami. "Daar werd ik geslagen door de politie."

Hulporganisaties waaronder Save the Children en Stichting Vluchteling luiden de noodklok over alleenreizende kinderen op de voormalige Balkanroute. Naar schatting 1300 kinderen lopen het risico slachtoffer te worden van uitbuiting en geweld in Bulgarije, Servië, Macedonië en Kroatië, schrijven de organisaties in het rapport 'Uit het zicht, uitgebuit en alleen'.

In Servië zitten volgens de autoriteiten 800 minderjarigen zonder ouders in officiële vluchtelingencentra, maar het werkelijke aantal is vermoedelijk vele malen groter. In leegstaande fabriekshallen achter het treinstation in de hoofdstad Belgrado bivakkeren naar schatting duizend vluchtelingen, van wie ongeveer 300 kinderen zonder ouders. 

Het zijn overwegend jongens, in de leeftijd van tien tot zeventien jaar oud. De meesten komen uit Afghanistan en Pakistan.

Het leven in de fabriekshallen Mitra Nazar / NOS

Ook Jami reist alleen. Zijn ouders zijn achtergebleven in Afghanistan. Hij vertelt dat zijn ouders altijd huilen als hij ze aan de telefoon heeft. Maar dat ze geen andere keus hadden hem alleen op pad te sturen, omdat de Taliban zijn familie onder druk zetten.

Helemaal alleen is Jami niet. Hij reist met een groep oudere jongens, sommigen komen uit hetzelfde dorp in Afghanistan, anderen sloten later op de route aan. De oudere jongens bekommeren zich om de benjamin in de groep. Toch is hij kwetsbaar, Jami loopt het risico op uitbuiting en geweld, zegt sociaal werker Mirjana Nesic.

"We maken ons zorgen over hun voeding en hygiëne, maar vooral over hun veiligheid," zegt ze. Er zijn gevallen van seksueel misbruik in en rondom de parken in Belgrado gerapporteerd. Ook lopen ze het risico door smokkelaars te worden gemanipuleerd of misbruikt.

De jongeren spelen een potje cricket Mitra Nazar / NOS

Nesic, die voor de Servische ngo Praxis werkt, speurt de fabriekshallen elke dag af, op zoek naar minderjarigen. Ze telt ze, ze praat met ze en biedt hulp waar ze kan. Soms brengt ze kinderen naar een van de officiële opvangcentra in het land, maar vaak lukt dat niet. “Ze reizen in groepen met oudere jongens,” vertelt ze. “Als ze in aanmerking willen komen voor opvang, moeten ze de groep verlaten. Dat willen ze niet.”

Ook Jami vertrouwt de groep, maar hij wantrouwt de autoriteiten. Een van de oudere jongens in de groep vertelt dat de tienjarige jongen het in Bulgarije het zwaarst had. "Daar huilde hij veel, hij was steeds overstuur. Hier is hij blij, hier laten ze hem tenminste met rust."

'De Balkanroute is niet dicht'

Volgens de Servische autoriteiten wordt er alles aan gedaan om kindvluchtelingen van de straat te halen. "We proberen ze over te halen met ons mee te gaan, maar we kunnen ze niet dwingen," zegt Ivan Miskovic, woordvoerder van het Commissariaat voor Vluchtelingen en Migratie van de Servische overheid. 

Hij spreekt van een uitzichtloze situatie. "De Balkanroute is niet dicht. Elke dag komen nieuwe migranten ons land binnen. Hier stranden ze, omdat Hongarije en Kroatië niemand meer doorlaten," zegt hij.

Mitra Nazar

De reis alleen al is traumatisch voor deze kinderen, zegt Jelena Besedic van Save the Children Servie. "We zien veel psychische problemen. Ze verliezen hoop, ze zijn geslagen, bestolen, ze voelen zich verloren. Ze zijn alleen." 

De meeste verhalen over mishandeling, berovingen en illegaal mensen het land uit zetten, komen uit de EU-landen Hongarije, Kroatië en Bulgarije. Dat laatstgenoemde land duwt ze de grens over naar Servië; Kroatië en Hongarije duwen ze terug Servië in. Daarbij worden alleenreizende kinderen niet gespaard.

Volgens Save the Children moet de Europese Unie meer doen om het probleem van alleenstaande vluchtelingenkinderen op de Balkan aan te pakken. "De EU moet met een plan komen om deze kinderen niet aan hun lot over te laten, in plaats van te zeggen dat de grenzen dicht zijn en ze niet meer komen," zegt Besedic. "Want ze komen nog steeds."

De geïmproviseerde watervoorzieningen bij de fabrieken Mitra Nazar / NOS

Ahmed was 16 toen hij Pakistan verliet, zijn 17e verjaardag vierde hij in een gesloten vluchtelingenkamp in Bulgarije. Zodra hij de kans zag, ontsnapte hij uit het kamp en reisde hij naar de Servische grens. Drie dagen lang liep hij door het bosrijke grensgebied waar hij geen enkele politieagent tegenkwam. Eenmaal in Servië, nam hij de bus naar Belgrado.

Ahmed komt uit Peshawar, een Pakistaans Talibangebied vlakbij de grens met Afghanistan. "Mijn vader is dood en mijn broer raakte gewond bij een bomaanslag," vertelt hij. "Mijn moeder zei dat ik beter kon gaan omdat het niet veilig meer was." Op zijn mobieltje laat hij foto’s zien van zijn familie, en van de verwonding van zijn broer. Hij wil nu naar Frankrijk toe, maar heeft geen idee hoe. Geld om een smokkelaar te betalen heeft hij niet.

"Ik mis mijn moeder," zegt hij met tranen in de ogen. "Maar ze is blij dat ik veilig ben."