Apparaten gaan te snel kapot: 'weg met de weggooi-economie'

Flickr/Andrew Mager/cc by-sa 2.0

Het is een grote ergernis: smartphones die na anderhalf jaar niet meer vooruit zijn te branden of een koffiemachine die vlak na het verlopen van de garantie het begeeft. Vaak is repareren niet mogelijk of te duur, dus kopen we maar een nieuwe.

Milieuorganisatie Natuur & Milieu begon in februari een meldpunt voor kapotte apparaten. Mensen kunnen daar producten melden die binnen een jaar na de garantietermijn kapotgaan of slecht te repareren zijn. "We kregen honderden meldingen binnen", zegt Geertje van Hooijdonk van de organisatie. "Vooral kleine elektrische apparaten blijken snel kapot te gaan. En alle merken verkopen spullen die slecht te repareren zijn."

Natuur & Milieu en andere milieuorganisaties pleiten voor kwalitatief betere en makkelijker te repareren producten. "Want behalve dat het zonde is en slecht voor de portemonnee als een kerstcadeau al na een paar jaar is afgedankt, is het ook slecht voor het milieu."

Sell more, sell faster

De oorzaak van deze 'weggooi-economie' ligt voor een groot deel bij de fabrikanten, zegt Sijas Akkermans, oprichter van denktank Oliithe. "Producenten hebben er een financieel belang bij om producten te maken die niet lang meegaan." Kwalitatief betere producten zijn immers duurder om te maken. 

Vaak is het best mogelijk om producten te maken die lang - zo niet levenslang - meegaan. "Maar dat past niet in ons economisch model", zegt Marcel den Hollander, medeauteur van het boek Products that last. "'Sell more, sell faster' is bij 90 procent van de producenten het principe." Als spullen snel kapotgaan, moet er ook snel iets nieuws worden gekocht. Bovendien is het door de lage prijzen van producten vaak veel goedkoper om iets nieuws te kopen, dan iets te laten repareren.

De meeste spullen worden veel eerder weggegooid dan wanneer ze echt kapot zijn.

Marcel den Hollander, medeauteur 'Products that Last'

Maar, zegt Den Hollander, "het probleem zit hem niet alleen bij de vermeende kwaadaardige motieven van de industrie. Meer dan de helft van de kleine elektrische apparaten die worden weggegooid, werken gewoon nog. Zeker dingen die je bijvoorbeeld met Kerst geeft, zijn vaak hebbedingen die snel hun aantrekkelijkheid verliezen."

Dat blijkt ook uit een enquête die de Consumentenbond dit jaar hield onder 6800 consumenten om te peilen hoe snel en waarom mensen apparaten weggooien. Gemiddeld iets meer dan de helft van de keren dat een laptop, digitale camera, printer of ander klein elektronisch apparaat werd vervangen, gebeurde dat omdat het apparaat kapot was of technisch verouderd. In alle andere gevallen was er een heel andere reden, bijvoorbeeld behoefte aan een nieuwer model.

Spullen repareren kan ook met hulp van vrijwilligers in een repaircafe Wikimedia / Ilvy Njiokiktjien

Als we af willen van de 'weggooi-economie', moeten fabrikanten én consumenten daarvoor samenwerken, vinden zowel milieuorganisaties als experts zoals Akkermans en Den Hollander.

Natuur & Milieu pleit ervoor dat fabrikanten producten makkelijker te repareren maken, door bijvoorbeeld met schroeven te werken om onderdelen aan elkaar te bevestigen, in plaats van lijm. Volgend jaar maakt de milieuorganisatie afspraken met de overheid en het bedrijfsleven over betere en beter repareerbare producten.

Maar het is ook iets waar consumenten op kunnen letten, zegt Geertje van Hooijdonk van Natuur & Milieu. "Let bij het kopen van kerstcadeaus niet alleen op de prijs, maar ook op de repareerbaarheid. Is het makkelijk open te maken, zijn de onderdelen niet aan elkaar gelijmd? Zitten er onderdelen in die niet te vervangen zijn? En als iets kapotgaat en toch lastig te repareren is, gebruik dan sites als ifixit.com en onderdelenwinkel.nl. Of ga bijvoorbeeld naar een repaircafe, waar vrijwilligers je apparaat kunnen repareren."

Elk jaar drie nieuwe koptelefoons

Maar uiteindelijk is het belangrijkste, volgens Den Hollander, dat bedrijven er een belang bij krijgen dat producten zo lang mogelijk meegaan. "Bedrijven kunnen bijvoorbeeld de service gaan verlenen die hoort bij het product."

Een bedrijf waar dat nu al gebeurt is Gerrard Street. Het Amsterdamse bedrijf maakt koptelefoons die klanten kunnen leasen. Voor een vast bedrag per maand huur je een koptelefoon, en als er iets aan kapotgaat, krijg je gratis een vervangend onderdeel. "Zo hebben we een sterke financiële prikkel om de koptelefoons zo goed en duurzaam mogelijk te maken", zegt medeoprichter Tom Leenders.

Leenders begon zijn bedrijf uit frustratie. "Ik moest elk jaar twee of drie keer een nieuwe koptelefoon kopen. Koptelefoons zijn doorgaans slecht ontworpen. Als er iets kapot aan gaat, zoals de kabel, moet je gelijk een nieuwe kopen. Onze koptelefoons zijn helemaal modulair en gemaakt van hoogwaardige materialen." Als er iets kapotgaat, hoeft er dus alleen een onderdeel te worden vervangen.

Voor goedkope producten werkt de lease-constructie niet.

Tom Leenders, oprichter Gerrard Street

Leenders is afgelopen zomer begonnen met koptelefoons leasen, en heeft inmiddels 630 klanten. Die betalen 7,50 of 10 euro per maand. Voor veel mensen is dat een te hoog bedrag, erkent ook Leenders. "We hebben high-end koptelefoons, voor klanten geïnteresseerd in wat beter geluid. Voor goedkopere uitvoeringen werkt ons business-model nog niet."

Een leaseconstructie zoals bij Gerrard Street, waarbij de fabrikant verantwoordelijk blijft voor het product ná de verkoop, werkt vooralsnog vooral bij relatief dure producten. Veel auto's worden geleased, en er bestaan vergelijkbare constructies voor bijvoorbeeld wasmachines.

Bij kleine apparaten en andere, goedkopere producten is leasen te omslachtig. "Bovendien", zegt Akkermans, "mensen houden van nieuwe spullen".

De behoefte om te winkelen is moeilijk te veranderen, denkt ook Den Hollander. "Dat vergt een enorme omslag in het denken. Bij consumenten, maar ook bij fabrikanten. Die moeten proberen producten te ontwerpen die gewild blijven, die mensen niet snel zat zijn en niet snel weggooien."