Repaircafe is een schot in de roos

Aangepast op
Economie

Door economieredacteur Jeroen Schutijser

Er zijn al ruim vijftig repaircafé's in Nederland: plekken waar consumenten terechtkunnen met bijvoorbeeld een kapotte broodrooster, een defecte stofzuiger of een stoel met een losse poot.

Met een beetje geluk kan een van de aanwezige vrijwilligers het product repareren. "En dan hoeft het niet te worden weggegooid", zegt Annette Posthumus van het repaircafé in Amsterdam. "Ons motto is niet voor niks: weggooien? Mooi niet."

Zonde

Het idee is van Martine Postma. Zij zag zoveel apparaten bij het vuil langs de weg staan, dat ze dacht: wat zonde. Het zijn spullen waarbij misschien alleen een stekkertje los zit.

En zo begon ze in 2010 met een eerste repaircafé." De enthousiaste reacties waren niet van de lucht. "Wekelijks krijgen we nu mailtjes en telefoontjes van mensen die ook een repaircafé willen opstarten."

Buitenland

Er is zelfs enorme belangstelling vanuit het buitenland. Posthumus: "Er zijn een aantal verhalen over geschreven, bijvoorbeeld in The New York Times. Mensen over de hele wereld hebben dat blijkbaar gelezen.

Nu zijn er zelfs repaircafé's in Duitsland, Brussel, Londen en Sao Paulo. Ook in de Verenigde Staten schieten ze als paddenstoelen uit de grond."

Hoe komt dat? Posthumus weet het wel: "Ik denk dat mensen het massaal hebben gehad met het weggooien van spullen. Dat gevoel groeit wereldwijd. We willen niet meer alles zomaar bij het vuilnis zetten."