Kabinet: we moeten in de spiegel van het Indië-verleden durven kijken

Kabinet onderzoekt 'zwarte bladzijde in de geschiedenis'

Het kabinet laat grootschalig wetenschappelijk onderzoek doen naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. Het gaat dit onderzoek ook betalen.  

"We moeten in de spiegel van ons eigen verleden durven kijken", zei minister Koenders van Buitenlandse Zaken na afloop van de ministerraad waarin het historische besluit is genomen.

Hij noemt de jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen Indonesië onafhankelijk wilde worden, "een zwarte bladzijde in de geschiedenis" en "een voor iedereen heel pijnlijke periode".

'Structureel extreem geweld'

Premier Rutte zei in zijn wekelijkse persconferentie dat er een aantal redenen is waarom dit kabinet, als eerste kabinet, besloten heeft om nu toch een groot onderzoek te doen.

Ten eerste was er het boek van Rémy Limpach, dat in september verscheen. De historicus concludeert daarin dat Nederlandse militairen structureel extreem geweld gebruikten.

Augustus 1947: Nederlandse soldaten patrouilleren door de straten van Cheribon ANP

Rutte wijst erop dat er al vaker onderzoek naar de dekolonisatie is gedaan, bijvoorbeeld eind jaren zestig. Maar inmiddels is er volgens de premier veel meer bronnenmateriaal beschikbaar dat nieuwe feiten kan opleveren.

Ook zijn er nog veel getuigen uit die tijd te spreken. Rutte vindt het belangrijk dat de veteranen, "voor wie dit gevoelig zal blijven", bij het onderzoek betrokken worden.

Daarnaast wil hij dat er niet alleen gekeken wordt naar geweld van Nederlandse, maar ook naar dat van Indische kant. Het gaat dan vooral om het geweld tijdens de zogenoemde Bersiap-periode, na de Japanse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog.

Breed onderzoek

"De insteek van het kabinet is een breed onderzoek, waarbij ook wordt ingegaan op zaken die niet volledig aan bod zijn gekomen in eerdere studies", schrijft het kabinet in een persbericht.

Drie Nederlandse onderzoeksinstituten willen het onderzoek gaan uitvoeren: het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIHM), het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Zij dienden in 2012 ook al een onderzoeksvoorstel in, maar toen zag het kabinet nog geen rol weggelegd voor de Nederlandse overheid.

Indische mannen worden doodgeschoten door Nederlandse militairen. Nieuwsuur

Ruttes band met Indonesië

Premier Rutte heeft een speciale band met Indonesië. Zijn vader was directeur van een handelsonderneming in Nederlands-Indië. Toen Rutte onlangs het Indonesische parlement mocht toespreken, schreef hij op Facebook: "Voor mijn geboorte woonden mijn vader en moeder lange tijd in Indonesië. Ik groeide op met de verhalen, de geuren en smaken van Indonesië." 

Hij zei dat hij bij het schrijven van zijn speech vaak heeft teruggedacht aan de verhalen van zijn vader. "Zijn persoonlijke levensgeschiedenis, en daarmee de mijne, zijn voor altijd verbonden met Indonesië."

Rutte zei in zijn persconferentie dat de dekolonisatieperiode geen belangrijk onderwerp is in zijn familiegeschiedenis. Zijn vader zat niet bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het gaat in de familie wel vaak over de jappenkampen. De eerste vrouw van zijn vader overleed in zo'n kamp. "Die periode is in de familie belangrijker dan de periode van 1945 tot 1949."