NOS

Nu de Colombiaanse regering en de linkse guerrillabeweging FARC een nieuw akkoord gaan tekenen, lijkt er eindelijk een einde te komen aan de burgeroorlog in het land. Na meer dan een halve eeuw, ongeveer een kwart miljoen doden en meer dan zes miljoen binnenlandse vluchtelingen, kan Colombia gaan bouwen aan vrede.

Duizenden strijders van de FARC worden gedemobiliseerd. Velen van hen krijgen amnestie en moeten een plek zien te veroveren in de maatschappij. Dat is voor velen van hen geen gemakkelijke opgave.

Wraak

Neem de 23-jarige Luis Alonso Cogollo Villadiego. Toen hij tien jaar oud was, vermoordden rechtse paramilitairen zijn vader. Luis wilde nog maar één ding: wraak. Hij sloot zich aan bij de grootste vijanden van de paramilitairen, de linkse guerrillabeweging FARC.

Een kindsoldaat uit een straatarm gezin, zonder opleiding, zonder hoop. "Ik wilde alleen maar vechten tegen de paramilitairen, ik wilde hen doden of door hen gedood worden."

Oud-strijders FARC moeten plek in maatschappij bemachtigen

Zijn eerste gevechtservaring kwam vrijwel direct nadat hij bij de FARC was gegaan. "Ik was wel even bang, in het begin, maar als je eenmaal bezig bent, raak je je angst snel kwijt. Ik heb geen idee of ik iets of iemand heb geraakt, ik weet niet of ik mensen heb gedood."

Dertien jaar lang zat Luis bij de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia, de FARC. "Het zwaarst waren de bommen. Je ligt lekker te slapen en ineens komen die vliegtuigen…" Nooit was hij van plan de strijd op te geven. Maar een half jaar geleden veranderde zijn wereld.

"Het leger heeft me gepakt. Ik was in het huis van een vriendinnetje. Zij zei dat naar de markt zou gaan om een kip te kopen, maar ze kwam terug met militairen. Ze heeft me verraden, maar achteraf ben ik haar dankbaar."

Ik kan nu overal heengaan waar ik maar wil.

Luis (23), oud-FARC-strijder

Want Luis kwam terecht in een re-integratieproject van de Colombiaanse regering. Omdat Luis geen strafbare feiten heeft begaan, hoeft hij niet naar de gevangenis. In tegendeel: hij krijgt een opleiding.

Op een boerderij in de buurt van het stadje Roldanillo, in het departement Valle del Cauca, worden Luis en een twintigtal andere oud-strijders klaargestoomd voor een burgerlijk bestaan. "Dit is veel beter", zegt hij nu. "Je hoeft je niet meer te verbergen, ik kan nu overal heengaan waar ik maar wil."

Vandaag krijgt hij les in het telen van komkommers. In een veldje achter het woonhuis schoffelen hij en zijn lotgenoten het onkruid tussen de planten uit.

José Emerson Anzueta Vega NOS

Naast Luis staat José Emerson Anzueta Vega, 28 jaar en een deserteur van de FARC. "Ik wilde al op mijn twaalfde guerrillero worden, maar de commandant stuurde me terug naar huis. Mijn familie had niets, we waren straatarm, er was geen alternatief. Twee jaar later werd ik geaccepteerd."

Sindsdien vocht Emerson voor talloze gevechtsgroepen van het Bloque Oriental, de Oostelijke Legergroep van de FARC. "Ik was vaak in Venezuela, als beveiliger van de allerhoogste commandanten", beweert hij fluisterend. Emerson was een fanatieke FARC-strijder, geeft hij toe. Maar langzaamaan werd het steeds moeilijker voor hem om te blijven geloven in de overwinning.

Zelfredzaam

Toen er ook nog problemen waren in zijn familie, besloot hij te deserteren. "Ik heb mijn leven vergooid", zegt hij bitter. Emerson heeft nauwelijks een opleiding, geen werkervaring en al helemaal geen professioneel netwerk. Hij vertelt hoe hij en zijn medestrijders gewend raakten aan een bepaalde bestaanszekerheid.

"Bij de FARC bekommer je je niet om je eigen kostje. Vanaf dag één krijg je eten en kleren van ze. Maar als ik nu iets wil dan moet ik er voor werken, dan moet ik ervoor zweten."

Emerson zegt dat hij er klaar voor is. Enthousiast laat hij de papayaplantage zien, en de ananasvelden. "Ik wil graag werken, het maakt me niet uit wat. Als het kan verbouw ik straks mijn eigen groenten en fruit, dat zou ik leuk vinden."

Hoezeer de meeste strijders ook verlangen naar vrede, sommigen zien op tegen een terugkeer naar de maatschappij. "Ik sprak kameraden die niet van plan waren om hun wapen in te leveren. Die willen liever gemakkelijk geld verdienen, met geweld", zegt Luis.

Overstap

Hij verwoordt een grote angst van veel mensen in Colombia: dat de einde van de FARC niet het einde betekent van het geweld. Als de oud-strijders zich niet kunnen aanpassen aan het burgerbestaan, bestaat de kans dat ze zich aansluiten bij een andere gewapende groepering, zoals de kleinere linkse guerrillabeweging ELN of criminele bendes.

"Ik niet, ik ga echt niet van uniform veranderen", zegt Luis. "Ik wil een gezinnetje, ik wil trouwen en een kind krijgen. En als mijn kind ooit bij de guerrilla zou gaan, zou ik dat vreselijk vinden."

STER reclame