Commissie-Oosting: geen doofpot, wel chaos bij Teevendeal

De Onderzoekscommissie-Oosting presenteert het onderzoeksrapport ANP

Hoge ambtenaren bij het ministerie van Veiligheid en Justitie hebben in 2014 en 2015 veel fouten gemaakt bij de afhandeling van de Teevendeal. Maar ze hebben niet doelbewust besloten om de zoektocht naar het 'bonnetje' te stoppen, concludeert de commissie-Oosting. "Met andere woorden: er is geen enkele aanwijzing gevonden voor een doofpot."

De commissie, die voor de tweede keer in korte tijd onderzoek deed naar de Teevendeal, zegt dat er sprake is van een doofpot als een organisatie op hoog niveau besluit om iets onder het tapijt te vegen, en de kring van betrokkenen zo klein mogelijk te houden. Volgens commissievoorzitter Oosting was de chaos op het ministerie zo groot, dat het niet eens in staat was om een gevoelige zaak in een doofpot te stoppen.

In de ambtelijke top heerste "een evident gebrek aan regie in de politiek zeer gevoelige zaak'". Volgens Oosting was er sprake van "verkokering, gebrek aan eenheid van optreden en het ontbreken van politieke sensitiviteit". "Dat roept de vraag op of zo'n situatie per saldo niet ernstiger is dan een doofpot."

Oosting: geen doofpot maar chaos in organisatie

De commissie haalt met name hard uit naar toenmalig secretaris-generaal Cloo. Hij had gezien zijn positie op het ministerie moeten zorgen dat informatie over de Teevendeal op de juiste tijd bij de juiste mensen terechtkwam, maar heeft dat niet gedaan. Volgens de onderzoekers komt het erop neer dat hij van het begin af aan buitenspel heeft gestaan en ernstig tekort is geschoten in de regie bij deze politiek gevoelige kwestie. 

Oosting: hoogste ambtenaar op zijspoor

Ook voormalig topambtenaar Roes krijgt ervan langs. Hij was verantwoordelijk voor de informatievoorziening aan de Tweede Kamer en had moeten voorkomen dat minister Opstelten op 3 juni 2014 in een brief schreef dat er geen back-ups meer waren van een administratiesysteem uit 2001. Op bepaalde plekken op en rond het ministerie was toen al duidelijk dat dit waarschijnlijk niet klopte en dat er wel degelijk een back-up was. 

De onderzoekers stellen dat het niet zo is dat het bonnetje op de dag dat die brief naar de Kamer ging al bijna was gevonden. Ze wijzen erop dat de back-ups een dag na de brief boven water kwamen en dat ict'ers toen begonnen aan de operatie om ze weer leesbaar te maken. Ze vinden dat de ict'ers hun werk steeds goed en professioneel hebben gedaan. 

Dat minister Van der Steur en staatssecretaris Dijkhoff zich later zeer kritisch uitlieten over het werk van de ict'ers, geeft volgens de commissie geen pas. Van der Steur zei dat het bonnetje eerder gevonden had kunnen worden "als ze de juiste mensen voor de ict hadden gehad" en de staatssecretaris liet zich in soortgelijke bewoordingen uit. Dat doet "geen recht aan de inspanningen van de medewerkers".