'Brieven geven beeld van hoe de oorlog echt was'

Nieske Vergunst
Geschreven door
Maino Remmers
Verslaggever

Op zolder lag een doos met meer dan honderd brieven, geschreven in de oorlogsjaren. Nieske Vergunst (31) begon erin te bladeren en was verkocht. 

De brieven van haar opa Loek Spaanderman gaan niet over verzetsdaden. Ook onthullen ze geen grote geheimen uit de oorlogsjaren. De brieven gaan over het leven van alledag. Over hoe het gezin de oorlogsjaren ervaart. Over hoe familieleden producten die op de bon zijn proberen te bemachtigen.

Razzia's

"Opa vertelde wel vaak over de oorlogsjaren", zegt Vergunst. "Maar de brieven geven een beeld van hoe het echt was. Deze verhalen zijn toch weer heel anders dan wat je leest in de geschiedenisboekjes."

Het is een soort mondelinge geschiedenis dus, over de hongerwinter, over razzia's en over de bouw van versperringen voor de Atlantikwall. De familie zat verspreid over het hele land en men hield elkaar via de post op de hoogte. 

Hulp 

Toen Vergunst bedacht dat er een boek in de verhalen zat, riep zij de hulp in van Lisanne Mathijssen. "Ik heb een vak gevolgd tijdens mijn studie over hoe je 'egodocumenten' moet ontsluiten en ik zei heel naïef tegen Nieske dat ik wel wist hoe je dat moest aanpakken", zegt Mathijssen. 

Ze noemt zichzelf naïef, omdat later pas bleek hoeveel werk erin zat. "Niet alles is even interessant, er zit ook veel dubbele informatie in de brieven", zegt Vergunst.

Verslaggever Maino Remmers in gesprek met Nieske Vergunst (m) en Lisanne Mathijssen NOS

Vergunst is niet de enige die is gaan speuren. Bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) merken ze dat jongere generaties veel interesse hebben voor de verhalen van de generatie die de Bezetting heeft meegemaakt. Misschien komt dat doordat de jongeren na het overlijden van oudere familieleden op spullen stuiten die van zolder komen.

NSB'ers

"De interesse in de persoonlijke geschiedenis is aan het toenemen", zegt David Barnouw van het NIOD. "Het komt wel voor dat mensen hier komen en wel ongeveer weten dat hun grootouders in Westerbork hebben gezeten, maar dat de details ontbreken. Dan blijkt dat als je de data erbij zoekt dat het NSB'ers waren, die daar na de oorlogsjaren zaten."

Barnouw meent dat de jongste generatie wat onbevangener vragen kan stellen. "En de grootouders vertellen er misschien gemakkelijker over aan hun kleinkinderen dan aan hun eigen kinderen. Met name als het pijnlijke onderwerpen betreft. De kleinkinderen staan er wat verder vandaan."

Persoonsbewijzen

Mathijssen en Vergunst zijn al behoorlijk ver met het boek, dat begin 2016 moet uitkomen. Inmiddels heeft het NIOD ook belangstelling getoond voor de brieven. "Je krijgt een heel mooi beeld over hoe het leven van alledag eruit zag. Over de grote gebeurtenissen zijn al heel veel boeken geschreven maar dit zijn veel meer de details die gaan over overleven. Ze beschrijven dat het er in Friesland heel anders aan toeging dan in Voorschoten, waar opa Loek toen woonde."

De opa van Vergunst werkte destijds op een kantoor van de recherche en moest daar persoonsbewijzen maken. "Hij wist dus precies hoe je die moest invullen en dus ook hoe je die kon vervalsen", zegt Vergunst, die de brieven ook inscande. Op www.oorlogsbrieven.nl zijn enkele fragmenten te vinden.

De klus is bijna geklaard, nog een paar details moeten opgehelderd worden en daarvoor gaan de twee binnenkort nog naar het NIOD in Amsterdam. Eigenlijk hadden ze vandaag willen gaan om nog wat speurwerk te verrichten, maar op deze 4e mei blijkt het instituut vanwege de Dodenherdenking gesloten te zijn.