Eerste Kamer beslist over leenstelsel voor studenten

Veel studenten zien het niet zitten, maar ze ontkomen er waarschijnlijk toch niet aan: het nieuwe leenstelsel. De vernieuwde regels rond de studiefinanciering worden morgen door de Eerste Kamer behandeld en het lijkt erop dat er een meerderheid voor is.

Hoe is het leenstelsel tot stand gekomen?

Het huidige plan is door VVD en PvdA opgenomen in het regeerakkoord van Rutte 2. In dat akkoord stond dat de basisbeurs zou worden afgeschaft en er een 'leenstelsel' voor terugkwam. Ook zou de ov-studentenkaart verdwijnen, maar later is dat teruggedraaid. 

Minister Bussemaker heeft er lang over moeten onderhandelen met de oppositie. Steun van D66 en GroenLinks is essentieel voor een meerderheid in de Eerste Kamer. GroenLinks wilde meer maatregelen voor arme studenten, de ov-jaarkaart behouden en het collegegeld verlagen. 

D66 was niet blij dat het leenstelsel eerst voor masterstudenten zou worden ingevoerd, en daarna pas voor studenten in de bachelorfase, zoals in eerste instantie was bedacht. Bussemaker stelde haar plannen bij en kreeg beide partijen aan boord.

Wat verandert er?

Kort gezegd: de basisbeurs verdwijnt voor het hbo en de universiteit, maar mbo-studenten behouden hem. Om een hbo of universitaire studie te betalen, kunnen studenten geld lenen. 

De termijn wordt verruimd zodat ze langer kunnen doen over het terugbetalen, van 15 naar maximum 35 jaar. Voor studenten met ouders die gezamenlijk minder verdienen dan 46.000 euro komt er een aanvullende beurs.

Zoals gezegd, de ov-jaarkaart blijft en wordt voor alle studenten beschikbaar, ook voor die op het mbo.

Wat levert het op?

Door het afschaffen van de basisbeurs komt er volgens minister Bussemaker ongeveer 1 miljard euro vrij. Het kabinet wil dat geld spenderen aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.

Wie zijn de voor- en tegenstanders?

Oppositiepartijen CDA, SP, PVV, SGP en ChristenUnie in de Tweede Kamer zijn tegen het plan. Veel gehoorde kritiek is dat er een 'leenangst' is onder toekomstige studenten en dat jongeren daardoor afzien van studeren. Ook wordt door tegenstanders gezegd dat studeren alleen nog toegankelijk is voor kinderen van rijke ouders.

Ook buiten de politiek is er kritiek geweest op de plannen van Bussemaker. Veel studenten zien het niet zitten om grote bedragen te lenen voor hun studie. Onder aanvoering van de studentenvakbond Lsvb gingen ze de straat op. Ook de Raad van State is kritisch. Volgens de raad is het helemaal niet zeker dat de kwaliteit van het onderwijs beter wordt, zoals minister Bussemaker denkt.

Hoe groot is de kans dat de wet morgen aanvaard wordt, en dus per 1 september ingaat?

Het lijkt erop dat het leenstelsel kan rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer. De grote vraag is of er dit keer onverwachts dissidente senatoren opstaan, zoals bij de zorgwet het geval was. Bij de PvdA, met drie tegenstemmers bij de zorgwet, zijn de ogen gericht op senator Koole. 

Hij heeft bezwaren tegen de wet, maar heeft nog niet beslist of hij tegen zal stemmen. Maar ook dan lijkt de schade te overzien: zelfs als hij en nog één andere PvdA'er tegenstemmen, haalt de wet een nipte meerderheid.

Het lijkt erop dat Koole overigens de enige PvdA-senator is met bezwaren, maar of dat daadwerkelijk zo is, weten we pas morgenavond als alle senatoren hun voor- of tegenstem hebben uitgebracht.

STER reclame