Een kwart van de Nederlandse bouwbedrijven heeft te weinig buffers ANP

'Bouwbedrijven hebben te weinig vet op de botten'

tijd van publicatie

Nederlandse bouwbedrijven hebben te weinig buffers om meer tegenvallers op te vangen. Dat blijkt uit onderzoek van het Financieele Dagblad (FD) naar de solvabiliteit van de twintig grootste bouwers in ons land. 

Bij een kwart van de bouwbedrijven is de solvabiliteit, het buffervermogen, te laag. In de markt wordt een solvabiliteit van 25 à 30 procent gezien als minimum om tegenslagen op te vangen. Volgens het FD is die solvabiliteit bij middelgrote bouwers als Van Wijnen en Aan de Stegge te laag. Bij hen ligt het solvabiliteitsratio onder de 13 procent. 

Verliesgevend

''2015 wordt moeilijk voor de sector. Steeds meer bedrijven lijden verlies doordat langlopende projecten die winstgevend waren er nu uitlopen", zegt Edmond Verstraete, hoofd van de bouwsectie bij Price Waterhouse Coopers (PwC) in de krant. 

De bouwsector kampt al sinds het begin van de crisis met verliezen en lage marges. De bouwcrisis kostte in het begin vooral mkb-bedrijven in de bouw omzet. Aannemers gingen over de kop en veel bouwvakkers belandden in de WW. 

Om het hoofd boven water te houden zijn veel bouwbedrijven goedkoper gaan werken en verschrompelden de winstmarges. Bij tegenvallers bij de bouw en de oplevering komen bouwers dan al snel in de rode cijfers.

Ontslagen

Doordat de crisis nu al zes jaar duurt, zijn ook de grotere bouwbedrijven in de problemen geraakt. Ballast Nedam leed in de eerste helft van 2014 een nettoverlies van 51 miljoen euro. Het bedrijf maakte twee weken geleden bekend op zoek te zijn naar een koper. 

BAM, het grootste bouwbedrijf in Nederland, leed in de eerste helft van 2014 een verlies van 6,6 miljoen euro. Het bedrijf schrapt 650 volledige banen. 

Verstraete verwacht ook komend jaar meer ontslagen in de bouwsector, ook al lijkt de bouw weer enigszins aan te trekken.

STER Reclame