Dit is een nieuwsbericht van
Rijnmond

Rotterdamse kinderen praten in de klas over oorlog: 'Poetin is een beetje een aparte meneer'

De kinderen van groep 7A van de Christophoorschool in Rotterdam-Zuid druppelen een voor een hun klaslokaal binnen. Na een week vakantie zijn ze blij hun meester Renko weer te zien. Er is in hun vakantie het nodige gebeurd in de wereld. Hoe bespreek je een oorlogssituatie zoals in Oekraïne in de klas?

"Wat is er deze week gebeurd?”, vraagt meester Renko Filannino (53) als de bel is gegaan en hij plaats heeft genomen op zijn bureautje voor de klas. “Oorlog”, zegt een meisje met een zachte stem. “Tussen Oekraïne en Rusland”, vult een jongen aan.

In alle groepen van de bovenbouw van de Christophoorschool wordt er over de oorlog in Oekraïne gesproken. De ene leerkracht bespreekt het pas nadat iedereen uitgebreid over de vakantie heeft verteld, maar in groep 7A beginnen ze er de dag mee.

Vluchteling in huis

Meester Renko vertelt over de actiedag van Giro 555. Daarna legt hij uit dat er veel mensen zijn gevlucht naar buurland Polen en dat ze ook hier worden verwacht. “Wie zou er vluchtelingen in huis nemen?”, vraagt hij. Tien kinderen steken hun vinger op. “En wat als dat zou betekenen dat je dan niet meer in je eigen bed kan slapen, maar op een luchtbed?” Nu gaan er zeven vingers omhoog.

Jaidi (12) steekt haar vinger op en vertelt dat haar vader vroeger op straat heeft geleefd in Aruba, omdat zijn moeder hem in de steek had gelaten. “Hij vindt dat niemand op straat moet leven of uit de vuilnisbakken moet eten. Dus ik denk dat wij ook mensen in huis zouden nemen.”

Ook Aurela (12) zegt dat ze mensen in huis zou nemen, zelfs als ze daar haar eigen slaapplek voor moet afstaan. “Maar wij hebben een logeerkamer en daar kunnen ze dan in”, legt ze uit. De meester doet er nog een schepje bovenop en vraagt aan de groep of ze mensen in huis zouden nemen als de oorlog vijf jaar gaat duren. Nu gaan er geen vingers omhoog. Op de gezichten is ongeloof te zien, vijf jaar….dat is wel heel lang.

Zo erg

“Weten jullie waarom deze oorlog zo erg is?”, vraagt meester Renko. “Omdat het heel lang geleden is dat er oorlog was. Alleen mensen die heel oud zijn, hebben dit meegemaakt. Heel misschien jullie opa’s en oma’s, maar die moeten dan ook wel heel oud zijn. Er is al bijna tachtig jaar geen oorlog. We weten niet meer hoe het voelt.”

Nadat er kort wordt gesproken over de economische gevolgen van de oorlog (“Wij hebben hun gas en benzine nodig”) steekt Mohammed zijn vinger op en vraagt waarom iedereen praat over deze oorlog, maar niet over de oorlog in Syrië, die ook al heel lang duurt.

“Een goede vraag”, zegt meester Renko. Hij loopt naar de grote kaart van Europa die aan de muur hangt en wijst Oekraïne en Syrië aan. “Oekraïne ligt dichterbij dan Syrië en het ligt in Europa net als Nederland.” Daarna vertelt hij in een notendop over de Koude Oorlog en gaat hij zelfs terug naar het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Van links naar rechts: Christophor (12) Mohammed (10) Jaidi (12) Aurela (11)

Spanning

Meester Renko trekt een uur uit voor het onderwerp. Van de twintig kinderen in de groep steekt de helft regelmatig de vinger op. De anderen zijn stilletjes. Toch wil de meester ook van hen horen wat zij ervaren. “Ben je bang?” Ja, knikt een meisje. Een jongen zegt: “Nee, mijn moeder zegt dat de oorlog hier niet heen komt.” De meester legt uit dat heel veel landen Nederland zullen helpen als de oorlog onze kant uitkomt. Dat lijkt de spanning van sommige gezichtjes te halen.

Mohammed (10) die vaak zijn vinger opsteekt, weet veel feiten te vertellen over de oorlog. Hij kijkt vaak naar het journaal, zo vertelt hij na de les. “Ik wil weten hoe het is begonnen en waarom het gebeurt, en met wat er wordt gevochten. Want je wilt toch weten wat er in de wereld gebeurt." Zijn klasgenoot Christopher (12) heeft dat minder. Hij kijkt soms naar het journaal, samen met zijn moeder. Hij zegt verbaasd te zijn over de lange raketten die Rusland heeft. Aurela (12) vindt het vooral zielig voor de mensen. “En oneerlijk, want die mensen in Oekraïne kunnen er niks aan doen”, zegt ze.

Alles is grijs

Sommige kinderen hebben de journaalbeelden gezien van de gebombardeerde steden. Een meisje beschrijft het als volgt: “Alle gebouwen zijn kapot. iedereen is op straat. Je ziet geeneens kleur meer, alles is grijs.”

Een oorlog heeft veel verschillende kanten en veel informatie is gekleurd. De leerkrachten van de basisschool wegen af wat ze wel en niet vertellen. Een ongeschreven regel is dat je zo weinig mogelijk je eigen mening opdringt.

Zo noemt meester Renko de president van Rusland 'een beetje een aparte meneer'. Op het schoolplein legt hij uit: “Ik wil zo neutraal mogelijk blijven. Dus niet alleen maar Poetin als slechterik aanduiden, maar ja ik ben ook maar een mens, dus ik worstel er soms wel mee. Zo heb ik in het verleden ook over Trump verteld, en ik heb daar natuurlijk persoonlijke gedachten over, maar ik wil ze niet teveel kleuren met mijn mening.”

Dat kan soms een balanceeract zijn voor leerkrachten. Wat vertel je wel en wat niet? Juffrouw Carla van groep 5 heeft het onderwerp nog niet besproken met haar leerlingen. “Ik heb het over de vakantie gehad en daarna rekenles gegeven.” Ze geeft toe dat ze het lastig vindt. Op de Christophoorschool wordt in de grote pauze gezamenlijk gekeken naar het Jeugdjournaal. Voor juf Carla zal dat een goed moment om het onderwerp aan te snijden. “Ik zal ze dan vertellen dat ik me zorgen maak voor de mensen daar en dat wij niet zozeer in oorlog gaan komen, maar dat we misschien wel gaan helpen om het daar beter te krijgen.”

Meester Vincent uit groep 6 legt ook de nadruk op de mensen in Oekraïne. “Deze oorlog is verschrikkelijk en erg”, legt hij uit. "Wat ik belangrijk vind om te vertellen is wat het voor de mensen daar betekent. Het gaat om hen en niet om de landen die oorlog voeren. De mensen in de Oekraïne. Dat zijn de echte slachtoffers.”

Tip van de leerkracht

Op Christophoorschool wordt wekelijks les in weerbaarheid gegeven, waarbij de kinderen leren mediteren. De belangrijkste tip van juf Carla aan de kinderen is dan ook: “Als je bang bent, ga dan een klein beetje mediteren. Gewoon ademhalen, dus je hersenen niet hun gang laten gaan met alle doemscenario’s, maar terug naar je voeten op de grond en terug met waar je op dit moment mee bezig bent.”

De tip van meester Renko is: “Het is niet erg als je bang bent, maar praat erover. Op school of met je ouders.”

Deel artikel: