In Woudsend is woensdag het nieuwe ontwerp Veenweideplan gepresenteerd voor de periode 2020-2030, maar ook met een oog op de doelen in 2050. Opvallend is dat er wordt ingezet op het behoud van de landbouwfunctie van Friese veenweidegebieden. Mede daardoor is veel geld nodig: 550 miljoen euro. En dat terwijl er nu nog maar 66,55 miljoen euro in kas is. Maar de provincie, Waterschap, de betrokken gemeentes en belanghebbende partijen hebben daar iets op gevonden met een stap-voor-stap aanpak van onder af.

Soad ynset op behâld lânbou yn nije provinsjale feangreideplannen

Kern van het probleem dat nu wordt aangepakt, is dat de laag veen alsmaar dunner wordt in de veenweidegebieden doordat het meestal voor de landbouw is drooggelegd. Dan begint het veen af te breken waarbij er ook een grote hoeveelheid CO2-gas vrijkomt. En dat kunnen we niet gebruiken als de klimaatveranderingen willen beperken. Dat inklinken van het veen gaat ook steeds door omdat jarenlang met het wegzakken van het land ook het waterpeil mee werd verlaagd, zodat boeren met hun machines gewoon aan het werk konden op hun land.

De gevolgen blijven niet beperkt tot de landbouw. Er ontstaan ook problemen met de fundering van gebouwen en huizen en er moet steeds harder en duurder worden gewerkt om het watersysteem goed te laten werken, terwijl ons klimaat ook nog eens verandert.

Natuurwaarden

Daarbij komt nog dat de natuurwaarden die bij veenweides horen steeds meer onder druk komen te staan. De diversiteit van de beesten, vogels en planten neemt snel af. En de natuurgebieden die meestal uit drijftil bestaan, dreigen te verdrogen. Maar hydrologisch is er meer aan de hand. Het water uit hogere gebieden stroomt steeds meer naar de alsmaar lager liggende veenweides.

Dat heeft als resultaat het zouter worden van de kleigronden en het uitdrogen van de hogere zandgronden in zuidoost-Fryslân. In de plannen is ook wat ruimte gemaakt voor het idee van een apart Nationaal Park voor de veenweide. Dat zou met het vermarkten van het gebied kunnen helpen, maar zoiets kan natuurlijk alleen wanneer het er goed gaat met de natuur.

Eén van de weidevogels die thuis hoort in het veenweide gebied: de leeuwerik

Het helemaal tegenhouden van het inklinken van het veen kan niet, maar het moet wel worden beperkt. De nadruk ligt op maatregels in gebieden met een veenpakket van 80 centimeter of meer en een kleidek van 40 centimeter of minder omdat daar de meeste winst is te behalen. Daar moet het waterpeil in doorsnede omhoog naar 40 centimeter onder het maaiveld in plaats van de 90 centimeter of meer die nu gebruikelijk is.

Maar daarbij geldt wel dat er zoveel mogelijk lokaal maatwerk wordt geleverd en dat dat peil flexibel af wordt gestemd op het weer, het seizoen en de behoefte aan water. Uiteindelijk betekent dat wel dat er minder water kan worden opgevangen. Dus moeten de sloten breder of komen er extra sloten.

Dat betekent ook dat de peilvakken kunnen veranderen. Gebieden die niet aan de criteria voldoen, vallen niet helemaal buiten de boot. Er wordt ook gekeken naar een bufferzone om de natuurgebieden heen en als er op andere plaatsen kansen liggen, kunnen die mogelijk ook nog meedoen.

De Hege Warren en Aldeboarn

Plannen worden pas uitgevoerd als er voldoende geld voor is. Er kan op worden gerekend dat op termijn meer geld beschikbaar komt. Er wordt ook gedacht aan het fonds waar ook privaat geld in kan worden gedaan. Met wat er nu in kas is, wordt er begonnen in twee gebieden: De Hege Warren bij Oudega in Smallingerland en de veenweiden bij natuurgebied De Deelen in Aldeboarn.

Er wordt al hard gewerkt aan initiatieven die het veen moeten beschermen. Als er geld is kunnen er vier gebieden bij komen: de Brekkenpolder bij Lemmer, de Groote Veenpolder bij Echtenerbrug, Idzega en het Grouster Leechlân. Ook daar wordt nu al gewerkt aan veenbehoud.

Natuurgebied De Deelen met Aldeboarn

Net als in eerdere plannen staat het behoud van de landbouwfunctie centraal. Maar het is ook duidelijk dat met de voorgenomen peilverlaging boeren minder opbrengst zullen hebben en dat de waarde van hun land omlaag gaat. Dat wordt gecompenseerd en dat extra geld moet boeren helpen om hun bedrijf aan te passen op de nieuwe werkelijkheid.

Kavelruil, grondaankoop en ook bedrijfsverplaatsing zijn andere instrumenten. Je hebt nu gewoon voor elke koe meer land nodig. De uitdaging blijft natuurlijk om met die extensievere manier van boeren toch nog genoeg geld te verdienen. Binnen de zogenaamde regiodeals waarbij het Rijk ook geld geeft, wordt geprobeerd dat voor elkaar te krijgen. Je kunt denken aan vergoedingen voor het vasthouden van het veen, en dus van CO2, waarbij er wordt ingezet op het bestaande project van de Friese Milieu Federatie 'Valuta voor Veen' en rol in kan spelen.

Zonneweiden

Maar er zijn meer 'diensten voor de gemeenschap' waar burgers, bedrijven en overheden de boeren voor kunnen betalen, zoals waterberging of zaken die goed zijn voor de natuur en het landschap. Bij Aldeboarn is bij drie bedrijven doorgerekend hoe je de nadelen van een hoger peil op kunt lossen. Er komen ook mogelijkheden om voorwaardelijk zonneweiden aan te leggen op stukken land die te nat worden. Ook alternatieve natte teelten kunnen een deel van de oplossing zijn. Boeren krijgen ook advies op maat. En de maatregels worden van onderen op, in gesprek met de belanghebbenden in de streek, genomen.

Zwaar weer boven de veenweide

Omdat er in de veenweidegebieden zoveel zaken spelen, wordt ook geprobeerd de oplossingen met elkaar te verbinden. Zo is er bijvoorbeeld een rijksinzet op de zogenoemde 'kringloop of natuurinclusieve landbouw' met het geld dat daar bij hoort. Er zijn problemen met teveel stikstof en de oplossingen die daar weer bij horen.

Door problemen en oplossingen met elkaar te verbinden komt er uiteindelijk ook meer geld beschikbaar. In het 89.000 bunder grote veenweidegebied liggen 1.100 agrarische bedrijven: 900 daarvan zijn melkveehouders. Die landbouw wordt onmisbaar genoemd in de plannen.