NOS

Hoe deze huisarts eindelijk meer tijd heeft voor haar patiënten

time icon

Huisartsen in achterstandswijken krijgen door een nieuwe wijkaanpak meer tijd en geld voor hun patiënten. De nieuwe samenwerkingsaanpak, ontwikkeld door Stichting Overvecht Gezond en Buurtteam Sociaal, wordt nu uitgebreid naar tien andere wijken in Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Huisartspraktijken gaan met steun van Zilveren Kruis, CZ en de Achterstandsfondsen voor huisartsen beginnen met deze nieuwe aanpak. Dat is nodig, omdat patiënten in achterstandswijken veel vaker bij hun huisarts aankloppen, langere consulten nodig hebben en met complexe problemen komen. Met als gevolg: drukte in de wachtkamer, overbelasting van huisartsen en ontevreden of onvoldoende geholpen patiënten.

Rebecca Houtman is huisarts en vertelt in deze video hoe ze patiënten met de nieuwe werkwijze beter kan helpen:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Huisarts Rebecca pakt het anders aan

"Vaak komen patiënten steeds terug met dezelfde klachten, maar vertellen ze ook over schulden, ruzie met de buren en hun somberheid", legt Rebecca, die in de Utrechtse wijk Ondiep werkt, uit. In een consult van tien minuten heeft ze te weinig tijd om te kijken waarom de klachten maar niet overgaan. "Dan verwijs ik ze soms toch naar het ziekenhuis, terwijl ik eigenlijk stiekem al weet dat dat niks gaat opleveren."

Daar moet de nieuwe wijkaanpak Krachtige Basiszorg verandering in brengen. De tien gezondheidscentra ontvangen extra middelen voor het uitvoeren van de aanpak. Rebecca kon van dat geld onder andere een extra huisarts aannemen en de uren van haar praktijkverpleegkundige uitbreiden. "Dat geeft ons ademruimte tijdens een drukke dag om aan te sluiten bij wat de patiënt echt nodig heeft. Bijvoorbeeld met langere consulten", zegt Rebecca. "Ook is er meer tijd om de samenwerking met andere hulpverleners in de wijk te versterken."

Eerder trokken huisartsen uit de grote steden aan de bel. De werkdruk in achterstandswijken werd zo hoog, dat collega's uitvielen of stopten. Ze vroegen de politiek en zorgverzekeraars om hulp. Deze aanpak lijkt de problemen voor huisartsen zoals Rebecca te verminderen en het werkplezier te vergroten.

Natuurlijk worden eerst alle lichamelijke oorzaken uitgesloten.

Judith van de Mast

In de nieuwe methode kijken huisartsen naar wat er naast lichamelijk ook op geestelijk, maatschappelijk en sociaal vlak speelt. "Natuurlijk worden eerst alle lichamelijke oorzaken uitgesloten. Maar als blijkt dat daar niks uitkomt, dan kan dit model uitkomst bieden", zegt Judith van de Mast, programmacoördinator van Krachtige Basiszorg. "Door overzicht te geven kun je de patiënt beter helpen zich gezonder te gaan voelen. En andersom ondersteunt het model bijvoorbeeld ook een gesprek tussen een patiënt en een maatschappelijk werker."

"Ik had bijvoorbeeld een patiënt met hoofdpijn en moeheid die maar niet overging", vertelt Rebecca. "Toen zijn we gaan kijken, wat speelt er nou? Bleek dat ze veel mantelzorg moest verlenen aan haar zieke moeder, maar óók jonge kinderen had. Niet raar dat je daar zo moe van wordt. Toen is ze meer tijd voor zichzelf gaan nemen en is gaan sporten, viel ze af, en zat ze weer beter in haar vel. Dan is het wel heel fijn om te merken dat je iets hebt gevonden wat helpt."

Niet alleen patiënten en huisartsen worden gelukkiger van deze nieuwe aanpak, het scheelt ook zorgkosten. De besparing op jaarbasis is per patiënt gemiddeld 356 euro. Voor sommige patiënten is dit zelfs 700 euro, blijkt uit onderzoek van Zilveren Kruis. Regionaal kan tien procent van de ziekenhuis- en geestelijke gezondheidszorg worden voorkomen.