NOSop3

Ondanks het verbod blijven deze vrouwen hun nikab dragen

NOS

Niet meer met het openbaar vervoer reizen, naar de huisarts of je kind van school halen: voor Karima en Esther gaat het dagelijks leven er heel anders uitzien nu de Eerste Kamer heeft ingestemd met het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding. Hun nikab afdoen is voor hen namelijk geen optie.

In Nederland dragen naar schatting 150 vrouwen een nikab of boerka. Wat betekent de wet voor hen? Karima en Esther geven antwoord. "Het is alsof ik vraag of je je broek uit wil doen als je naar het gemeentehuis gaat", zegt Karima van de werkgroep Blijf van mijn Nikab af.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Karima en Esther dragen een nikab

Je hoort vrouwen met een nikab of boerka niet vaak in de media. En dat is niets voor niets, legt Karima uit: "Een vrouw die een nikab draagt, treedt niet graag op de voorgrond. Het is dus voor mij lastig om voor een camera te gaan staan. Ik doe het nu, omdat het belangrijk is dat we als vrouwen zelf uitleggen waarom we een nikab dragen. Mensen hebben het vaak over mij, maar het is beter als ik het zelf vertel."

De politiek koos voor het gedeeltelijke verbod op gezichtsbedekkende kleding vanwege de veiligheid en communicatie op plekken waar veel mensen samenkomen. Het gaat bijvoorbeeld om scholen, het ov en overheidsgebouwen. Het verbod geldt ook voor mensen die op deze plekken bedekkende helmen en bivakmutsen willen dragen. Maar voor vrouwen die een nikab dragen, voelt de nieuwe wet vooral als een aanval op de manier waarop ze hun geloof willen belijden.

Want volgens Karima en Esther zijn er nu geen problemen. "Op alle plekken waar we onze moeten identificeren, doen wij dat al", zegt Karima. "Bij bijvoorbeeld de aanvraag van een paspoort doen we onze nikab omhoog, zodat een ambtenaar onze identiteit kan checken." Straks kunnen ze een boete krijgen als ze alleen al het gemeentehuis en ziekenhuis inlopen.

"Er is in Nederland nog nooit een incident geweest met nikabdraagsters", zegt Karima. "Het is symboolpolitiek, gebaseerd op gevoelens en niet op feiten." "Het is een kleine groep, die niet tot problemen leidt", vindt ook Esther.

ANP / NOS

Vooroordelen die mensen hebben, zijn volgens Karima en Esther dat elke nikabdraagster in Nederland uit het buitenland komt. Dat is bij hen niet het geval. Beiden zijn geboren in Nederland, Esther bekeerde zich pas op haar 17e tot de islam. Ze zeggen dat ze absoluut niet gedwongen zijn.

"Juist het ongemak en de angst van de maatschappij heeft me er lang van weerhouden een nikab te dragen", zegt Karima. "Maar ik wilde dit heel graag en heb met volle overtuiging voor mijn geluk gekozen. Ik heb me er alleen wel op verkeken over hoe negatief naar nikabdraagsters wordt gekeken."

Esther bekeerde zich tot de islam toen ze een tiener was. Dat ze zich bijna helemaal bedekt, is haar interpretatie van de Koran."Ik verdiepte mij in het geloof en ging steeds verder met het praktiseren ervan. Vanuit daar is de keuze ontstaan om mijn handen en gezicht te bedekken. Je bent vrij om het te doen en ook vrij om het niet te dragen."

Of andere vrouwen in Nederland de nikab vrijwillig dragen, is volgens arabist Jan Jaap de Ruiter van de Tilburg University niet te zeggen. "Het is moeilijk in te schatten in hoeverre er mannelijke dwang achter zit", licht hij toe. "Maar ik denk dat je in de Nederlandse context ervan uit kunt gaan dat het dragen van een nikab vaak een bewuste keuze is van de vrouw."

Karima NOS

Hoe zij nu verder moeten, weten Karima en Esther nog niet precies. "Ik maak me wel zorgen", zegt Esther, die met haar zoon elke week naar het ziekenhuis moet. "De artsen in het ziekenhuis kennen me onderhand, dus ik hoop dat ze er niet in meegaan." Vanwege het verbod is ze gestopt met haar studie islamitische wetenschappen.

Karima hoopt dat de gemeenten het idee van de Amsterdamse PvdA-fractieleider Sofyan Mbarki zullen navolgen. Hij zegt dat de handhaving van het verbod voor zijn partij "geen prioriteit heeft". "Daar gaan we ons als werkgroep nu voor inzetten", zegt Karima. "Want een gedoogbeleid zou een goede optie zijn."

De naam van Esther is niet haar echte naam, maar op haar verzoek aangepast.