Aangepast

Jonge Italianen zoeken werk in Nederland

  • Mustafa Marghadi

    correspondent Italië

  • Mustafa Marghadi

    correspondent Italië

Marilea (26) studeerde een jaar geleden af. Internationale Betrekkingen in Rome. Daarnaast had ze al een studie Talen en Cultuur afgerond in Florence. Ze spreekt Italiaans, Frans, Engels, wat Spaans en heeft twee jaar lang Japans geleerd. "Maar daar ben ik veel van vergeten hoor. Dat moet ik wel weer even oefenen."

Jonge Italianen willen weg uit Italie

Toch kan Marilea maar niet aan werk komen. Net als een derde van alle Italianen tussen 18 en 35. "Ze vragen om werkervaring als ik solliciteer, maar tijdens je studie heb je geen tijd om ervaring op te doen. En hoe kun je ervaring krijgen als je niet aan werk komt?"

Marilea doet daarom een maatschappelijke stage, bij de gemeente Rome. In de culturele sector dus ze doet iets wat aansluit bij haar interesse. Maar ze koopt er letterlijk en figuurlijk geen brood van. "Ik kan met wat ik verdien mijn huur betalen en dat is het. De enige garantie die ik heb gekregen is dat er na de stage geen baan voor me is."

Dus wil Marilea net als veel andere jonge Italianen het land uit. Het maakt eigenlijk niet uit waarnaartoe. Als er maar werk is. "Ik heb een paar vrienden die naar Frankrijk zijn gegaan. Een paar zitten in Londen. Een vriendin van me zit in Brussel. En ze hebben allemaal werk gevonden. Dat wil ik ook."

Ik zou heel graag naar Nederland willen. Ik ben gefascineerd door jullie tulpen en de natuur.

Marilea

De uittocht van jonge, hoogopgeleide Italianen begon rond de crisis. Jaarlijks vertrekken er zo'n 100.000 Italianen naar het buitenland en in 2016 waren de jongeren de grootste groep met ongeveer 40.000 emigranten. En volgens de Italiaanse Stichting Migratie wordt de groep millennials die vertrekt steeds groter. "De keuze is niet zozeer of ze willen weggaan, maar of ze willen blijven," zegt de Stichting in de onlinekrant The Local.

Het is ook geen toeval dat in dezelfde periode het aantal Italianen dat naar Nederland komt explosief is gegroeid. Voor de crisis begon, kwamen er ruim 1600 Italianen per jaar naar Nederland. Vorig jaar waren dat er maar liefst 6500. Onder hen veel jongeren, op zoek naar een baan.

Die braindrain is slecht voor de Italiaanse samenleving, maar headhunters wrijven in hun handen. "De zaken gaan heel goed voor ons," zegt Pietro Valdes. Hij is directeur van de Italiaanse tak van het wereldwijde recruitmentbedrijf Badenoch & Clark. "Het afgelopen jaar zagen we een groei van twintig procent dus je kunt wel zeggen dat het lekker met ons gaat."

Valdes merkt dat veel Nederlandse bedrijven interesse hebben in de Italiaanse millennials. Omdat de jongeren weinig kansen in eigen land zien, zijn ze bereid hard te werken om zich te bewijzen in een ander land. Ze zijn ambitieus, geven meer dan de volle honderd procent en ze zijn goedkoop. De Italiaanse jongeren zijn al blij als ze de helft van het startsalaris van een afgestudeerde Nederlander krijgen. Een win-win situatie dus.

Marilea bij een headhunter

Het is precies wat Nederland zo aantrekkelijk maakt voor Marilea. "Een contract krijgen is een stuk makkelijker, in alles is Nederland efficiënter en de kwaliteit van het leven is er heel hoog. Ik zou heel graag naar Nederland willen. Al was het alleen al omdat ik altijd zo gefascineerd ben door jullie tulpen en de natuur, hahaha!"

Begin maart zijn er verkiezingen in Italië. In de campagne merkt Marilea er niets van dat de partijen jongeren willen behouden. De verkiezingsbeloftes gaan vooral over hogere pensioenen, lagere belastingen en migranten. De dingen waarop vooral oudere kiezers hun keuze op 4 maart gaan bepalen. Waarom de partijen het niet over jongeren hebben? "Ik heb geen idee", zegt ze.

Met haar talenknobbel en haar culturele achtergrond denkt Marilea iets te kunnen doen in het culturele netwerk tussen Nederland en Italië. Maar als we Valdes moeten geloven zitten Nederlandse bedrijven meer op technerds te wachten. "Hoog technologische ontwikkeling, IT en Finance. In die drie dingen zijn de Italianen goed en om hen zitten Nederlandse bedrijven te springen."

Het is dus maar de vraag of Marilea in Nederland terechtkomt. Maar voor de zekerheid heeft ze er een zinnetje uit een nieuwe taal bijgeleerd. "Wie weet tot in Nederland."

Deel artikel: