NOSop3

NOSop3

Wat heeft China te zoeken in Afrikaanse landen?

Aangepast
Tobias Broich

Het is een bekend stereotype: Afrika dat hulp krijgt van het Westen. In China kijken ze heel anders naar het continent: daar zien ze Afrika als handelspartner. En dus pompt China steeds meer geld in Afrika.

Maar omdat China geen onderscheid maakt bij hun hulp aan Afrikaanse landen, kunnen autoritaire regimes in Afrika blijven bestaan. Dat ontdekte de Duitse Tobias Broich (29). Hij promoveerde gisteren in Maastricht op zijn onderzoek naar de toenemende financiële steun van China aan Afrikaanse landen en de gevolgen daarvan.

Hoeveel geld China precies in Afrika steekt, is volgens Tobias niet duidelijk. "De Chinese overheid is hier niet transparant over. Het land heeft zelf nog ontwikkelingsgebieden en is bang dat er onrust ontstaat zodra deze cijfers bij de bevolking bekend zijn."

Wat doet China in Afrika?

China heeft Afrikaanse grondstoffen en landbouwproducten hard nodig, omdat daar in eigen land een tekort aan is. In ruil voor hun grondstoffen en leningen krijgen Afrikaanse landen infrastructuur en energiecentrales terug. "China haalt veel voordeel uit het bouwen van infrastructuur, want daarmee is de export makkelijker", legt Tobias uit.

Noord-Ethiopië Tobias Broich

Het Westen financierde in de jaren 60 in Afrika vooral projecten die zich richtten op infrastructuur. China was toen nog geen belangrijke speler. In de jaren 80 verlegden westerse landen hun focus naar sociaal gebied: educatie en gezondheid. China speelde hier vervolgens slim op in: sinds begin deze eeuw houdt het land zich vooral bezig met infrastructuur in Afrika, dus het aanleggen van wegen, sporen en dammen.

Tobias startte zijn onderzoek naar China's groeiende economische en politieke invloeden op het Afrikaanse continent in 2011. In 2016 verbleef hij twee maanden in Ethiopië. Hij sprak met overheidsambtenaren, onderzoekers en westerse en Chinese ontwikkelingshulpverleners uit verschillende Afrikaanse landen.

Tobias bezocht Ethiopië om veldwerk te verrichten Tobias Broich

Door de investeringen zijn Afrikaanse landen positiever tegen China aan gaan kijken, zegt Tobias. Een land als Ethiopië heeft volgens hem een look-east-policy. "Ze zien China als rolmodel, en willen dat ontwikkelingsmodel toepassen op het eigen land: armoede verkleinen en zorgen voor een razendsnelle economische groei."

"Omdat China zelf ook nog minder ontwikkelde gebieden heeft, hebben Afrikaanse leiders het idee dat China meer inspeelt op de behoeftes van Afrikaanse landen. Westerse landen denken meer in de trant van 'wij tegen zij'. Deze landen richten zich vooral op hulp, maar veel minder op investeringen en handel. De Chinese aanpak is veel positiever in de ogen van Afrikaanse leiders."

"Ik zeg niet dat één benadering beter is dan de andere; Afrikaanse landen moeten zelf een weg vinden in hoe ze hun belangen kunnen laten vervullen, zonder daarbij hun soevereiniteit te verliezen. Ethiopië pakt het bijvoorbeeld slim aan en ontvangt steun van zowel China als het Westen. Zo wordt het op sociaal én infrastructureel gebied gesteund."

Gevolgen

Een van Tobias' hoofdvragen was of China landen met een autoritair regime verkiest boven landen met een democratisch binnenlands beleid.

Hoe meer China zich in Afrikaanse landen wortelt, hoe minder politieke veranderingen er geëist worden.

Tobias Broich

China is op dit moment de nummer één handelspartner van Afrika. De VS biedt nog steeds de grootste financiële steun, maar China is als een razende op weg naar de top. "Een belangrijke conclusie die ik uit het onderzoek heb gehaald, is hoe meer China zich in Afrikaanse landen wortelt, hoe minder politieke veranderingen er geëist worden. Daarbij houdt China's steun indirect autoritaire regimes in stand." Denk bijvoorbeeld aan Afrikaanse landen als Congo, Niger en Zimbabwe.

"Wil een ontwikkelingsland met autoritair regime financiële steun van het Westen, dan moet het politieke aanpassingen doen. Van China hoeft dat niet meer, en daar spelen landen als Zimbabwe slim op in. Het gevolg is dat autoritaire regimes kunnen blijven bestaan en het voor westerse landen moeilijker wordt om politieke veranderingen door te voeren."