Als je laat begint met sport kun je ook nog de top halen

time icon Aangepast
EPA

Altijd gedroomd om topsporter te worden, maar heb je je net iets te veel laten gaan in je studententijd? Niet getreurd: als je als twintiger begint met een sport, kun je in sommige takken nog aardig ver komen. De World Rowing Cup bijvoorbeeld, dit weekend in Zwitserland, wordt vaak gedomineerd door deelnemers die pas relatief laat in contact kwamen met de sport.

Oud-prof Nanne Sluis was zo'n late instromer: hij begon pas op zijn 23ste met wedstrijdroeien, maar stond vijf jaar later op de Olympische Spelen in Londen. "Roeien is in Nederland een echte studentensport, dus je ziet dat veel toproeiers het pas in hun studietijd oppakken. Maar ik was met mijn 23 jaar alsnog extreem laat."

Nanne Sluis (vooraan) tijdens het studenten-WK van 2009 Reijer Vermaas

Sluis pikte het roeien snel op, zonder al te veel ervaring. "Ik deed niets aan sport: ja, ik fietste twaalf kilometer naar school, maar verder deed ik weinig. Roeien is een sport waar je misschien wat aanleg en een goeie bouw voor nodig hebt, maar verder niet veel."

Techniek versus uithoudingsvermogen

Dat maakt roeien volgens bewegingswetenschapper Paul Schermers van de Vrije Universiteit Amsterdam een goed voorbeeld van een sport waar je op late leeftijd nog een topniveau kan halen. Volgens hem is het aannemelijk dat sporten waarbij uithoudingsvermogen belangrijker is dan een goede techniek, makkelijker laat aan te leren zijn. Al is daar geen specifiek onderzoek naar gedaan.

"Bewegingen leer je gemakkelijker aan als je jong bent", zegt Schermers. "Als je op late leeftijd begint leer je de techniek dus trager aan. Je hebt ook een achterstand op mensen die wél jong zijn begonnen. Dan ligt je piek misschien zo ver in het verschiet, dat je hem niet meer gaat halen."

Bij sporten als roeien en wielrennen is de techniek natuurlijk ook belangrijk, maar lang niet zo essentieel als je uithoudingsvermogen.

Eerste racefiets

Dat zegt ook Marijn de Vries: zij kocht op haar 28ste pas haar eerste racefiets, en werd op haar dertigste prof. "Ik heb wel getwijfeld: ben ik niet te oud? In het wielrennen beginnen de meeste profs in hun tienerjaren. Maar ik dacht ook: ik kan het altijd proberen, stoppen kan altijd."

Marijn de Vries ANP

Ondanks haar late start schopte De Vries het tot de wielerploeg van Leontien van Moorsel. "In mijn geval kon dat. Je moet bij sporten waar je veel techniek en spelinzicht voor nodig hebt, zoals balsporten, veel eerder beginnen. In het wielrennen is het tegenwoordig ook anders: toen ik begon was de top heel klein, en kon je met de nodige wilskracht ver komen. Nu zijn er een stuk meer toppers, die al veel eerder zijn begonnen."

Sluis hield zich niet veel bezig met zijn leeftijd. "Je zag twee duidelijke groepen: de broekies die net zo lang roeiden als ik, en de jongens van mijn leeftijd die al jaren roeiden. Ik zag het zelf niet als een belemmering, de gemiddelde leeftijd van olympische roeiers ligt sowieso rond de dertig."