NOSop3

Promotiestudent toch niet zo populair bij universiteiten

ANP

Volgend studiejaar komt er een nieuw soort promovendus aan de universiteit: de promotiestudent. Die komt niet in dienst van de universiteit, maar blijft student. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) mag de komende jaren 850 promotiestudenten werven, de Erasmus Universiteit vijftien.

Het zijn de enige twee universiteiten die zich ingeschreven hebben voor een proef van minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA), een proef die de afgelopen drie jaar veel vertraging heeft opgelopen en kritiek heeft gehad. Het moest een proef met 2000 promotiestudenten worden, maar dat wordt dus niet gehaald.

De RUG is de enige universiteit die echt enthousiast is over het experiment. Het wil met dit nieuwe plan meer studenten laten promoveren. En dat zou volgens de universiteit hard nodig zijn, omdat ons land binnen de Europese Unie een middenmoter is wat promoties betreft.

Gedurfdere onderzoeken

Meer promotiestudenten zouden goed zijn voor de kenniseconomie, volgens de RUG. En deze promovendi kunnen hun eigen onderzoeksveld kiezen, wat moet leiden tot gedurfdere promotieonderzoeken.

Goed nieuws dus, zou je denken. Toch valt het aantal universiteiten dat meedoet aan de proef tegen. Er gingen jaren van strijd vooraf aan deze proef. Het kabinet wilde de studentpromovendus wettelijk mogelijk maken, maar de Raad van State oordeelde tegen deze vorm van promotieonderwijs. Bussemaker erkende de kritiek en beloofde een kleinschalig experiment.

Charlotte de Roon, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), noemt het "een zwarte dag". "Hier zijn we niet blij mee." De PNN heeft de afgelopen jaren campagne gevoerd tegen de komst van de "bursaal", de promotiestudent.

Wat is promoveren?

Promoveren is het behalen van een doctorsgraad. Dat kun je doen nadat je een masteropleiding hebt voltooid. Je kunt dan solliciteren op een promotieplaats of ervoor gevraagd worden. De persoon die promoveert, wordt promovendus genoemd. Die doet wetenschappelijk onderzoek en schrijft een proefschrift onder begeleiding van een hoogleraar, die als promotor optreedt. Na een traject van vier jaar en het verdedigen van het proefschrift, mag de promovendus de titel 'doctor' voeren.

In Nederland krijg je als promovendus gewoon betaald: je bent dan in dienst van de universiteit. Als werknemer krijg je salaris, bouw je pensioen op, is er zwangerschapsverlof en heb je recht op een werkloosheidsuitkering als je ontslagen wordt.

'Riant salaris van 1700 euro'

Dat krijgen promotiestudenten niet. Zij krijgen op de RUG een beurs van 1700 euro per maand. "Riant", volgens de universiteit. Volgens Charlotte is dat het absoluut niet. "Met zo'n nettosalaris begin je als promovendus als je in dienst bent van de universiteit. Elk jaar ga je omhoog." En dat ga je als promotiestudent niet.

Al die arbeidsvoorwaarden maakt het duur voor de Nederlandse universiteiten. In het buitenland krijgen PhD-studenten soms juist wél een studiebeurs in plaats van salaris. Volgens Charlotte is er juist een beweging gaande in het buitenland om van promotiestudenten af te stappen. "Wie liepen voorop in arbeidsvoorwaarden, nu doen we een stapje terug."

Andere universiteiten, zoals de Universiteit Twente, waren eerst nog enthousiast over het plan, maar wachten de eerste resultaten van de proef af. De Radboud Universiteit Nijmegen was van begin af aan al negatief over het plan: "Wij beschouwen onze promovendi als werknemers. Niet als studenten. Wij zullen dan ook niet deelnemen aan dit experiment." 

Rijksoverheid over het experiment

Het experiment loopt maximaal acht jaar. Tijdens die periode wordt regelmatig gekeken of er geen ongewenste effecten optreden. Zo mag het onderzoeksklimaat er geen nadelige effecten van ondervinden en mogen promoties niet aan kwaliteit inboeten.

Als universiteiten het experiment alleen maar aangrijpen om kosten te besparen en promovendi voor hetzelfde werk minder te betalen, grijpt minister Bussemaker in.