Matthijs Büchli na Olympia's Tour
NOS Wielrennen

Büchli vindt leven als wegwielrenner heerlijk, maar: 'Het is wel gekkenwerk'

Ze tikken Matthijs Büchli weleens aan in het peloton, fietsen een stukje met hem op. Want hoe vaak krijg je nou een olympisch baankampioen en meervoudig wereldkampioen te spreken? Dit is wel wat anders dan keirin, zeggen ze dan. "Een heel lange keirin, eentje van 200 kilometer...", grapt wegwielrenner Büchli dan terug.

Zo ontspannen als dat klinkt, gingen de eerste maanden als 'groentje' op de weg niet. Büchli, die sinds 1 januari rijdt voor de kleine continentale ploeg Beat Cycling, besloot in 2021 de baan achter zich te laten. Van zes renners om zich heen op een houten baan, naar 150 renners om hem heen op straat.

Veel nieuwe prikkels

Wat ervaring als tiener had hij wel met rijden op de weg, maar volle bak koers in een peloton dat briest? Andere koek. "Het is wel gekkenwerk. Ik kom van de baan, van hout, een gecontroleerde omgeving, het hele rondje is even breed en er zijn geen obstakels", somt Büchli op bij het radioprogramma Langs de Lijn En Omstreken.

"En opeens rijd je door de polder en over bruggen, of door de stad met vluchtheuvels en paaltjes op de weg." Na zijn eerste optreden in de Ster van Zwolle dacht hij: "Wow, op de weg is wel een ander verhaal." Hij voelde zich niet helemaal veilig, ging in zijn eerste ritten een paar keer onderuit.

Er kwamen zo veel nieuwe prikkels binnen dat Büchli de eerste, rustige kilometers steeds stijf stond van de adrenaline. "Had ik de eerste veertig minuten een hartslag dertig, veertig slagen boven mijn normale hartslag op dat wattage."

Matthijs Büchli in actie tijdens de vierde dag van de wereldkampioenschappen baanwielrennen 2020

Toch was dat eerste optreden in Zwolle goed voor hem, zegt hij zelf. Het gaf vertrouwen. Reden: hij finishte. Dat kon hij na de eerste zes koersen die hij erna reed, niet zeggen. Telkens verscheen DNF of DSQ achter zijn naam.

Het is wennen - en dat gaat hem soms te langzaam. "Als sporter en als mens ben je vaak ongeduldig", zegt Büchli. "Je wil dat het sneller gaat, maar dat is niet de realiteit. Misschien kan het niet sneller, want het is een serieuze overstap."

Vraag Büchli hoe hij zijn overstap van baan naar weg beoordeelt en hij zegt: "Nog niet goed genoeg voor een succesvolle overstap, maar het gaat goed."

Linksom rondjes

Het nieuwe leven als wegwielrenner bevalt Büchli namelijk prima. Niet meer elke dag om 9.30 uur melden in Omnisport Apeldoorn. Linksom rondjes op een houten baan of krachttraining.

"Je kan lekker buiten fietsen, maakt niet uit waar ik ben", vertelt de 29-jarige opgewekt. "Je zit niet meer vast aan een heel topsportprogramma. Meer vrijheden, vind ik heel relaxed nu."

Büchli is weer een nieuweling op twee wielen. Heerlijk gevoel. "Heel leuk dat je weer van alles te ontdekken hebt en op allerlei vlakken kunt verbeteren."

Harrie Lavreysen, Roy van den Berg, Jeffrey Hoogland en Matthijs Büchli met hun gouden medaille in Tokio

Een grote uitdaging betreft zijn fysieke gesteldheid. 1.88 meter lang, 84 kilogram zwaar. Niet bepaald de afmetingen van de gemiddelde wegwielrenner. Zodra er een viaduct opdoemt, rijdt Büchli liever om. De extra kilo's spieren die hij meetorst op de fiets zijn dan een nadeel.

Hoeveel moet dat sterke lijf veranderen dan? "Heel veel, maar ook zo min mogelijk. Mijn enige kans op een volledig profbestaan op de weg is mijn sprint." Dat betekent: zo min mogelijk afvallen, zo veel mogelijk spiermassa behouden om na 200 kilometer nog iedereen eruit te sprinten.

Die 200 kilometer trouwens, nog zo'n enorm verschil met zijn vroegere leven op de baan. Waar een keirinrace niet langer is dan 2 kilometer (waarvan de laatste 500 meter het tempo wordt opgevoerd), rijdt hij nu afstanden die honderd keer zo lang zijn.

Matthijs Büchli

Büchli tovert zijn lijf langzaam om van een sprinter naar een duuratleet, maar zaak is dat die explosieve bovenbenen niet verdwijnen. Die overgang heeft simpelweg tijd nodig.

'Tour niet realistisch'

Wanneer dat een topprestatie gaat opleveren, durft Büchli niet te zeggen. Op 8 juni begint de ZLM Tour, een voorbereidingsronde op de Tour de France. Het plan is dat hij daar rijdt. "Dat zou het hoogtepunt moeten zijn."

En ja, tuurlijk, rijden in een grote ronde is de droom. "Maar ik ben niet zo'n dromer. Het is op dit moment niet realistisch om te denken aan de Tour." Eerst maar eens een vijfdaagse ronde uitrijden. "Dan ben ik al blij."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl