Saskia Houttuin | NOS
Oorlog en economie

Dat ze hier iets zouden merken van de oorlog in Oekraïne, in hun bakkerijtje in het zuiden van Kenia, dat had Lydia Wanjohi niet verwacht. Ze snapt er niets van. "Hoe kan dat nou, in zo'n korte tijd, invloed hebben op de prijs van ons voedsel?" Ze wijst naar een pak tarwemeel op haar werkbank: in twee weken tijd 50 cent duurder geworden.

In heel de wereld is de prijs van tarwe omhooggeschoten. Bijna een derde van de wereldwijde tarweproductie komt uit Oekraïne en Rusland. De export ligt nu zo goed als stil: havens rondom de Zwarte Zee zijn gesloten en tegen Rusland zijn zware handelssancties ingesteld. Beide landen hebben bovendien aangegeven de tarwevoorraad nu in eigen land te houden, om een nationale voedselcrisis te voorkomen.

Dit vormt vooral een probleem voor landen in het Midden-Oosten en Afrika, die grote hoeveelheden tarwe uit Oekraïne en Rusland halen. Veel van deze landen kampen bovendien al met voedseltekorten, vanwege conflict of droogte.

Het bakkersstel Lydia en Joseph Saskia Houttuin | NOS

"Armere huishoudens worden hierdoor het hardst geraakt", zegt Timothy Njagi, een landbouweconoom verbonden aan onderzoeksinstituut Tegemeo. "Een van de nadelen van globalisering is dat als er iets aan de ene kant van de wereld gebeurt, het direct effect heeft aan de andere kant van de wereld. Ik verwacht dat de prijs verder zal oplopen en dat die wordt doorgerekend aan de consument."

In de bakkerij van Lydia Wanjohi en Joseph Wachira, die de bakkerij samen runnen, gebeurt dit al. Zij hebben onlangs de prijs van een brood al wat verhoogd. "Klanten blijven nu weg", zegt Lydia. "Voor de gemiddelde Keniaan is 10 cent extra al te veel. Ze kunnen het niet betalen." En dat terwijl brood belangrijk basisvoedsel is voor Kenianen.

Bovendien waren het al economisch moeilijke tijden in Kenia: de coronapandemie leidde tot een belastingverhoging die consumenten al hard in de portemonnee raakt. Joseph schudt zijn hoofd. "Vorige maand maakten we nog twintig à vijftig broden", zegt hij. "Maar sinds de oorlog is dat de helft minder."

Landbouweconoom Njagi heeft er een hard hoofd in. "Dit gaat het armoedeprobleem verergeren", zegt hij. Njagi verwacht dat de stijgende voedselprijzen het economische herstel van de coronacrisis zullen vertragen. Tegelijkertijd biedt deze crisis wel kansen om meer in Kenia te produceren: "Het is belangrijk dat we meer eigen voedsel gaan verbouwen."

In de video van onze Afrika-correspondent Saskia Houttuin is merkbaar hoe de oorlog in Oekraïne het leven van de Kenianen beïnvloedt:

Kunnen Kenianen straks hun brood nog betalen?

Kenia haalt twee derde van zijn tarwe uit het buitenland. En dat terwijl er veel vruchtbare grond is om zelf te verbouwen. "We zijn een gezegend land", zegt boerin Joyce Enololchike. "En onze tarwe is heel lekker."

Op haar erf heeft ze een tiental witte zakken vol tarwezaad klaarstaan. Het zaaiseizoen is begonnen. Voor haar en andere tarweboeren lijkt deze voedselcrisis een kans: eerder was het altijd lastig concurreren met het goedkope graan uit het buitenland. Joyce hoopt haar oogst deze zomer voor een hoge prijs te kunnen verkopen.

Toch maakt ze zich zorgen. "Wij voelen de oorlog ook", verzucht ze. "De stikstof die wij gebruiken voor onze mest halen we uit Rusland en Oekraïne." Ook die prijzen zijn gestegen: "Bijna verdriedubbeld", aldus Joyce. Het verbouwen van tarwe is daardoor een dure onderneming geworden. "Ik hoop dat ik in ieder geval geen verlies maak."

Het bakkersstel Joseph en Lydia gaat voorlopig door met bakken. "We hopen dat het over een tijdje weer beter gaat", zegt Joseph. "Maar eerst moet de oorlog eindigen." Lydia vult aan: "We bidden dat het snel voorbij is. Niet alleen om de voedselprijzen, vooral voor de mensen in Oekraïne."

STER reclame