Prins Bernhard en prinses Irene op Zandvoort in 1961 Nationaal Fotopersbureau
F1 Zandvoort

Prins Bernhard, de opa van huidig circuiteigenaar prins Bernhard jr., heeft zich in 1948 ingezet om een bouwstop op het racecircuit van Zandvoort te voorkomen. Door die bouwstop leek de opening op 7 augustus van dat jaar niet door te gaan. Via de Prins Bernhard Stichting, die zich inzette voor de belangen van veteranen, werden de ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën onder druk gezet, schrijft sporthistoricus Jurryt van de Vooren in Trouw. Met succes, de opening kon doorgaan.

In ruil kreeg de stichting ongeveer 20.000 gulden belastingvrij van de gemeente. Dat is vergelijkbaar met 100.000 euro nu. De gift werd gefinancierd met een eenmalige verhoging van de toegangsprijzen, meldt Trouw.

Aan de bouwstop lag een conflict tussen de gemeente en het Rijk ten grondslag. Voor de Tweede Wereldoorlog had Zandvoort al een stratencircuit, maar tijdens de oorlog werd een groot deel van het dorp door de Duitsers gesloopt om plaats te maken voor de Atlantikwall, een verdedigingslinie.

Na de oorlog bouwde de gemeente een nieuw circuit in de duinen. Daar was haast bij, omdat ook Zeist plannen had.

Voor de aanleg werd puin van gesloopte huizen en gebouwen gebruikt. Daar zaten bruikbare bakstenen tussen. Het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting vond dat onaanvaardbaar. In het naoorlogse Nederland was baksteen schaars. De stenen moesten van het ministerie voor de wederopbouw worden gebruikt. Het conflict liep zo hoog op dat Den Haag de aanleg van de toegangswegen naar het circuit liet stilleggen.

Pas toen de Prins Bernhard Stichting Den Haag er in een brief op wees dat de autowedstrijden "een meerzijdig landsbelang" hadden, ging het verbod van tafel. De positie van prins Bernhard was in het naoorlogse Nederland onaantastbaar. Mogelijk was alleen het noemen van zijn naam al genoeg om de ambtenaren en bewindspersonen op andere gedachten te brengen.

STER reclame