Een vrouw rouwt bij de graven van genocideslachtoffers in Srebrenica, juli 2019 AFP
25 jaar Srebrenica

Er is te weinig aandacht in het geschiedenisonderwijs voor de genocide in Srebrenica, nu bijna 25 jaar geleden. Dat zegt historicus Marc van Berkel (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) na bestudering van lesmateriaal in het geschiedenisonderwijs voor basis- en middelbare scholen.

Op 11 juli 1995 vielen Bosnische Serviërs de 'veilige haven' Srebrenica binnen. Zij vermoordden duizenden moslimmannen en -jongens, die dachten veilig te zijn onder de hoede van de Verenigde Naties. In het voormalige Joegoslavië woedde in de jaren 90 een burgeroorlog die naar schatting 140.000 mensen het leven heeft gekost.

Hoe zat het precies met de val van Srebrenica? We laten het zien in deze video:

Terugblik op de val van Srebrenica

"De genocide in Srebrenica is de grootste oorlogsmisdaad in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog", zegt Van Berkel. Hij vindt dat de tragedie daarom meer aandacht moet krijgen in het geschiedenisonderwijs. Volgens de historicus komt het woord genocide nauwelijks voor in de leermiddelen.

Vredesorganisatie PAX - al vanaf 1995 betrokken bij Srebrenica - gaf opdracht voor het onderzoek van Van Berkel. Hij deed eerder onderzoek voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei naar de wijze waarop de oorlogen in Indonesië (1942-1949) in het Nederlandse onderwijs worden behandeld.

Van Berkel concludeert dat het in de summiere aangeboden lesstof vooral gaat over de rol van de Nederlandse militairen in Srebrenica. Hij spreekt van een nogal eenzijdig perspectief. "Er zou veel meer aandacht moeten zijn voor de slachtoffers en nabestaanden van de genocide, waarbij hun gezichtspunt belangrijk is. Dit is ook belangrijk omdat in Nederland Bosniërs wonen die de tragedie hebben meegemaakt."

Ook de nasleep van 'Srebrenica' in Nederland en in de internationale gemeenschap krijgt weinig aandacht in het onderwijs, vindt de onderzoeker. "Wat er toen is gebeurd, is nog steeds van belang voor het afwegen van deelname aan nieuwe vredesmissies door Nederlandse militairen", stelt Van Berkel. "Je zou vergelijkingen kunnen maken met andere vredesmissies. Dat is belangrijk voor bewustwording en meningsvorming van jongeren in de klas", stelt hij.

Lesboek met uitleg over de val van Srebrenica NOS

Van Berkel doet aanbevelingen voor wat er nog meer aan de orde zou moeten komen. Bijvoorbeeld de politieke consequenties van de genocide: de val van het kabinet-Kok in 2002 en de parlementaire enquête naar de gebeurtenissen. In de leermiddelen gaat het volgens hem niet over wie in welke mate politieke of militaire verantwoordelijkheid droegen voor de besluiten die zijn genomen in de periode rond juli 1995, toen Srebrenica onder de voet werd gelopen.

Ook van belang voor het onderwijs is volgens Van Berkel het onderzoek van het NIOD (het kennis- en informatiecentrum over oorlog, Holocaust en genocide) naar de val van Srebrenica en de Nederlandse rol daarbij. Ook zou er aandacht moeten komen voor de rechtszittingen van het Internationale Joegoslavië Tribunaal in Den Haag of voor de uitspraken van Nederlandse rechters in processen die zijn aangespannen door nabestaanden.

Er is sprake geweest van ongelooflijk moeilijke dilemma's.

Ton van der Schans, Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland

Ton van der Schans, voorzitter van de Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN), is het met Van Berkel eens dat de massamoord in Srebrenica en de Joegoslavische burgeroorlog een prominentere plaats moeten krijgen in het onderwijs. "Vooral omdat die oorlog ons veel leert over de gevaren van nationalisme en populisme. Thema's die in deze tijd ook nog relevant zijn", zegt Van der Schans.

Van der Schans vindt verder dat "we niet goedkoop stil moeten blijven staan" bij de schuldvraag van Dutchbat. "Er is sprake geweest van ongelooflijk moeilijke dilemma's. Focus je met de leerlingen op de slachtoffers en probeer hier lessen uit te trekken voor de toekomst".

STER reclame