Sport en corona
Hendriks: 'Bonden maken eigen afweging bij afvaardiging naar toernooien'

De Nederlandse baanwielrenners ontbreken deze dagen bij de Europese kampioenschappen in Plovdiv. De KNWU vond de coronasituatie in Bulgarije te gevaarlijk om af te reizen. Dezelfde reden voerde turnbond KNGU aan bij de afmelding voor de EK in december in Mersin. Ook in Turkije zou de coronasituatie te gevaarlijk zijn. De Nederlandse judoka's reizen wel af naar de EK in Praag, waar het coronavirus ook nog altijd flink toeslaat.

Het is lastig manoeuvreren in de topsport momenteel. Enerzijds willen de Nederlandse topsporters ruim acht maanden voor de Olympische Spelen in Tokio, na maandenlang alleen getraind te hebben, zich meten met de internationale concurrentie. Anderzijds heeft niemand zin extra risico's te nemen zolang de coronacrisis nog in alle hevigheid woedt.

"Het is een complexe afweging voor de sportbonden om momenteel wel of niet mee te doen aan een EK", zegt technisch directeur Maurits Hendriks van NOC*NSF.

Maatwerk

De sportkoepel beslist niet, maar adviseert de bonden slechts in hun keuze. "Kijk naar de coronamaatregelen. Die verschillen enorm per toernooi, per EK dat wordt georganiseerd. Wel of niet meedoen, is maatwerk. Wij kijken met de sportartsen van de bonden of de maatregelen die een organisatie aanbiedt adequaat en afdoende zijn", legt Hendriks uit.

"We hebben prachtige sport gehad in de zomer. Kijk naar het wielrennen. Maar er zijn ook sporten die niet of nauwelijks wedstrijden hebben gehad. Een sporter die zes maanden alleen getraind heeft, geen internationale wedstrijd heeft gehad, weet niet meer precies waar hij of zij staat. Dat gaat aan sporters knagen. Wij maken ons dus sterk dat er maximaal ingezet wordt op competitie. In het buitenland of in Nederland. Dit punt brengen we steeds onder de aandacht van het IOC, dat druk kan uitoefenen op internationale sportfederaties", stelt Hendriks.

Hendriks: 'Moeilijke fase voor de sport in de hele wereld'

Dat Nederland momenteel op een aantal podia ontbreekt, is zorgelijk. "Als je langere tijd verstoken bent van internationale competitie, is dat moeilijk. Je kunt niet meer vaststellen: Waar sta ik nou? Welk effect hebben mijn trainingen nou? Competitie is een belangrijk moment voor sporters om te voelen hoe het gaat", meent Hendriks.

Daarnaast merkt de technisch directeur van NOC*NSF dat er geen sprake meer is van een gelijk speelveld voor iedereen. "Internationale sport staat of valt bij wat we met elkaar omschrijven als een 'level playing field'. Dat betekent dat elke atleet ter wereld gelijke toegang tot die momenten heeft. We zien dat dat nu niet het geval is. Dit is een hele moeilijke fase voor de topsport in de wereld. In sommige landen mogen ze niet reizen, kunnen ze niet naar toernooien. Dat is een zorgelijke vaststelling."

Reisbewegingen

Of de Nederlandse sport door gebrek aan competitie schade ondervindt, is volgens Hendriks moeilijk te zeggen. "We hebben er hier gelukkig voor kunnen zorgen dat sporters onbeperkt kunnen doortrainen. Met de Nederlandse overheid kijken we naar ontheffingen als het gaat om reisbewegingen. Zodat die Nederlandse sporter zich wel kan verplaatsen naar plaatsen waar competitie is. Maar als er geen wedstrijden zijn, dan houdt het ook voor de Nederlandse sporter op."

STER reclame