Een rustige winkelstraat in Den Haag ANP
Coronavragen

Vrij plotseling kan de overheid tientallen miljarden euro's extra uitgeven om de economie te ondersteunen. Geld dat we niet op de plank hebben liggen, want de uitgaven en inkomsten van de staat zijn normaal gesproken min of meer in balans.

Waar komt dat extra geld vandaan, en wat voor gevolgen hebben de bijgekomen schulden?

De extra uitgaven

Ondernemers, werknemers en zzp'ers die geen geld zien binnenkomen door de coronacrisis kunnen deels een tegemoetkoming van de overheid krijgen. Daar heeft de staat geld voor opzij gezet: 10 tot 20 miljard euro voor de eerste drie maanden (tot eind mei). Een hele grove schatting, want hoeveel geld er precies nodig is hangt af van hoeveel mensen uiteindelijk een beroep op de regeling doen.

Minder inkomsten

Naast dit geld, dat de overheid direct extra uitgeeft, loopt de staat ook inkomsten mis. In eerste instantie omdat ondernemers en zzp'ers toestemming hebben gekregen om hun belastingen later te betalen. De hoop is dat zij dit later alsnog kunnen terugbetalen, maar dat is natuurlijk niet zeker. Het kan ook zijn dat een bedrijf later alsnog failliet gaat.

Er komt nu hoe dan ook minder geld binnen bij de staat, omdat veel handel plat ligt. Anders gezegd: wie naar de kapper gaat of een nieuwe auto koopt betaalt daar normaal 9 of 21 procent belasting over, geld dat doorrolt naar de overheid. Maar over wat bedrijven nu en later niet verkopen, komt geen geld binnen.

Het ministerie van Financiën schat dat er drie maanden lang 35 tot 45 miljard euro minder belasting binnenkomt dan eerder gepland. Hoeveel ze daarvan later alsnog kunnen ophalen moet nog blijken.

Nieuwe leningen

Voor nu betekent het in elk geval dat de overheid in plaats daarvan ergens anders geld vandaan moet halen. Want de overheidsuitgaven die normaal uit belastinggeld worden betaald, zoals bouwprojecten en de salarissen van ambtenaren, lopen gewoon door.

Bij elkaar opgeteld mist de overheid nu dus 45 tot 65 miljard euro. Dat geld leent Nederland extra bij. We geven schatkistpapier (kort durende leningen) en obligaties (langer durende leningen) uit, en investeerders zoals pensioenfondsen en banken kunnen die kopen. Dan geven ze ons geld, in ruil voor rente.

Nu is die rente voor ons op de korte termijn negatief. Dat betekent dat investeerders op dit moment zelfs bereid zijn geld toe te betalen om ons geld te lenen, omdat ze hun geld niet altijd op een even veilige manier tegen minder kosten ergens anders kwijt kunnen.

Oplopende schulden

Al dat lenen blijft natuurlijk niet zonder gevolgen. De 10 tot 20 miljard die de overheid uitgeeft, plus de belasting die ze nu niet ontvangt en later ook niet terugkrijgt, zal worden opgeteld bij de staatsschuld.

Dat is in eerste instantie geen probleem. Voorlopig voldoen we nog aan alle begrotingsregels die we in Europa hebben afgesproken, en zelfs als we er toch overheen gaan krijgen we nu even geen boete. Die boetes zijn opgeschort.

De afrekening

Wel moeten we deze leningen met zijn allen ooit weer terug betalen. Tenminste, als we zoals tot voor kort een buffer willen hebben en niet met permanente hoge schulden willen zitten.

Wanneer Nederland die leningen moet aflossen, hangt af van tegen welke looptijd we obligaties uitgeven en dat verschilt. In elk geval moet over tien, twintig, of dertig jaar dat extra geld er wel zijn. Hoe we dat met zijn allen gaan betalen, is nog niet duidelijk.

Als Nederland het niet nodig vindt om een buffer te hebben en permanente hoge schulden geen probleem vindt, kunnen we die miljarden ook opnieuw lenen in plaats van aflossen. Daarmee nemen we een risico: namelijk dat we meer moeten betalen als de rentes, die nu historisch laag zijn ooit weer oplopen. En die extra leenkosten moeten we dan ook opbrengen.

Waarschijnlijk zal Nederland de schuld geleidelijk afbouwen, door de leningen stap voor stap te vervangen door kleinere leningen.

STER reclame