Corona-onderzoek
ANP

Minder dan een week voordat in het noorden de scholen open gaan, vragen meerdere deskundigen zich hardop af of het openen van middelbare scholen zonder beperkingen verstandig is. Het aantal coronabesmettingen in Nederland stijgt al weken en de aanwijzingen dat oudere tieners het virus gemakkelijk verspreiden, stapelen zich op.

"Het aantal infecties neemt fors toe. Als iedereen weer naar school en naar binnen gaat, dan kan het aantal besmettingen te sterk stijgen", waarschuwt Patricia Bruijning, epidemioloog en kinderarts in het UMC Utrecht. Gisteren meldde Nieuwsuur al dat veel leraren het niet zien zitten om les te geven zolang op middelbare scholen geen afstandsregels of mondkapjesplicht gelden.

Het Outbreak Management Team (OMT) ziet vooralsnog geen aanleiding het advies voor de scholen te heroverwegen, laat een RIVM-woordvoerder weten aan de NOS. Het advies van eind juni, om alle scholen na de zomervakantie weer volledig en zonder beperkingen te openen, geldt nog. Het OMT zei daar toen wel bij dat "dit advies mogelijk herzien moet worden als het virus zich in de zomerperiode toch meer verspreidt dan nu verwacht". Met de huidige besmettingscijfers, van gemiddeld 600 nieuwe gevallen per dag in de afgelopen week, zijn we volgens Bruijning in een nieuwe situatie beland.

Open, maar mét maatregelen

De Brits-Turkse infectioloog en viroloog Muge Cevik, werkzaam aan de University of St. Andrews in Schotland, stelt: "Vóór je het voortgezet onderwijs weer openstelt moet het aantal besmettingen eerst weer omlaag. Als het virus zich veel verspreidt onder de bevolking, dan zou heropening van het voortgezet onderwijs de uitbraak kunnen aanjagen door het grote aantal contacten dat leerlingen hebben."

Cevik vindt het heel belangrijk dat de scholen weer open gaan. "Dit virus blijft voorlopig bij ons. Je kunt die kinderen niet een of twee jaar thuis houden. Ze voelen zich nu al eenzamer, angstiger en depressiever en ze missen een deel van hun scholing."

Cevik is daarom wel voorstander van het heropenen van alle scholen, ook middelbare. maar mét beperkende maatregelen zoals social distancing, waar nodig kleinere klassen en strikte controle op het eventuele ontstaan van uitbraken. "Het hangt ook af van regionale factoren, in Amsterdam is de situatie heel anders dan in Groningen. En ook de ene school is de andere niet. Dat moet je er allemaal bij betrekken", zegt Cevik.

"In ieder geval kunnen we niet terug naar het oude normaal", voegt ze daar nog aan toe. Dat is nu juist wat wel te gebeuren staat bij het heropenen van de middelbare scholen in Nederland komende week. Daarbij gelden vooralsnog geen beperkende maatregelen.

Jonge kinderen spelen een kleine rol bij de verspreiding van het virus, maar kinderen boven de 15 zijn echt een ander verhaal.

Patricia Bruijning, epidemioloog en kinderarts UMC Utrecht

Bruijning vindt uitbraken op scholen vooral gevaarlijk vanwege de mogelijkheid dat leerlingen hun ouders en grootouders besmetten. "Uit de literatuur blijkt dat jonge kinderen een kleine rol spelen bij de verspreiding van het virus, maar kinderen boven de 15 zijn echt een ander verhaal. Vanaf die leeftijd zien we aardig wat besmettingen en die oudere tieners zijn ook betrokken bij clusters van besmettingen."

Omdat kinderen zelf nauwelijks klachten ontwikkelen is het lastig om uitbraken op scholen op te sporen, zegt Bruijning. Zij vindt daarom dat Nederland ook de inzet van regelmatige screening door middel van sneltests moeten overwegen als onderdeel van een strategie waarbij je besmettelijke personen zo snel mogelijk opspoort. "Die tests zijn sneller en goedkoper dan de huidige coronatests. Ze zijn ook minder betrouwbaar, maar als je bijvoorbeeld alle leerlingen twee keer per week zo'n sneltest laat doen dan pik je een uitbraak zeker op voordat die de kans heeft om echt groot te worden."

Bruijning vindt dat de scholen hoe dan ook open moeten en stelt voor dat leerlingen dan een meter afstand houden. "Als alternatief kunnen ze allemaal een buddy krijgen waarmee ze in een bubbel zitten."

Oudere tieners

Uit onderzoek dat Muge Cevik deed blijkt dat kinderen onder de 10 veel minder vatbaar zijn voor het virus dan hogere leeftijdsgroepen. "Maar kinderen van 15 en ouder zijn minstens zo vatbaar als volwassenen, misschien wel vatbaarder omdat ze veel meer contacten hebben. Daardoor dragen ze ook veel bij aan de verspreiding van het virus."

Jongeren worden vaak zelf niet ziek, maar verspreiden het virus dus wel. Cevik: "Dan hebben ze geen symptomen of ze zijn een beetje verkouden of hebben een lichte hoofdpijn en gaan gewoon door met hun leven. Maar juist in die eerste dagen ben je het meest besmettelijk."

Cevik vindt dat de communicatie over de risico's van het virus en de maatregelen vooral richting jongeren veel duidelijker moet. "Bijvoorbeeld dat je bij minimale klachten echt in quarantaine moet en niet naar feestjes mag als je ook maar de lichtste verschijnselen hebt. Het zou ook goed zijn om het aantal contacten te verminderen. Maar krijg dat allemaal maar eens voor elkaar bij jongeren."

Cijfers uit verschillende landen over welke leeftijdsgroepen deze zomer het vaakst besmet raken, laten overal hetzelfde beeld zien: dat zijn vooral oudere tieners en jongvolwassenen. In de nieuwste Nederlandse cijfers doet 28 procent van de besmettingen zich voor bij de groep 15-29 jaar.

Nieuwe studies

De afgelopen weken verschenen enkele studies die suggereren dat ook jonge kinderen mogelijk een grotere rol spelen bij de verspreiding van het virus dan eerder aangenomen. Maar die onderzoeken hebben belangrijke beperkingen.

In een nog niet door vakgenoten beoordeelde studie concluderen Italiaanse onderzoekers dat besmette kinderen het coronavirus relatief vaak doorgeven. Kinderen onder de 15 zouden zo'n 22 procent van hun contacten besmetten, vooral binnen hun eigen gezin. Bij volwassenen lag dat beduidend lager.

Maar wie besmet werd door een kind werd minder ziek dan wie het virus opliep via een volwassene. En van de 2800 bevestigde covid-19-gevallen in de studie waren er maar 14 onder de 15. "Die aantallen zijn zo klein dat deze studie geen uitsluitsel geeft over de rol van kinderen bij de verspreiding van het virus", zegt Bert Niesters, hoofd klinische virologie in het UMCG.

Genetisch materiaal

Uit onderzoek eind juli in JAMA Pediatrics blijkt dat in de neuzen van kinderen onder de 5 veel meer genetisch materiaal van het coronavirus zit dan bij oudere kinderen en volwassenen. Volgens de auteurs blijkt uit eerder onderzoek dat daaruit een hogere besmettelijkheid voortvloeit.

"Deze uitkomsten zeggen nog niks over de besmettelijkheid van kinderen", zegt Niesters. "Bij de jongste kinderen valt die mee. Hun bijdrage aan de verspreiding lijkt gering, wijst ook RIVM-onderzoek uit. Maar met de oudste kinderen op de middelbare school wordt het tricky."

Koreaanse studie

In juli concludeerde een grote Zuid-Koreaanse studie dat tieners iets minder dan 20 procent van hun huisgenoten besmetten met SARS-CoV-2. Alleen twintigers en vijftigers deden dat vaker. Maar ook hier geldt dat er relatief weinig kinderen in de studie zitten. Van de ruim 5700 covid-19-gevallen deden er zich 124 voor bij kinderen tussen 10 en 20 jaar.

STER reclame